Home

Nieuws 1520 x bekeken

Minder kippen en varkens in 2016

De pluimvee- en varkensstapel was op 1 april 2016 duidelijk kleiner dan een jaar eerder. Het aantal melkkoeien was daarentegen 7,5% groter.

Het areaal cultuurgrond kromp in 2016 met 56.000 hectare, een afname van 3%. Dat blijkt uit de landbouwtelling 2016 die het Centraal Bureau voor de Statistiek bekendmaakte.

Het aantal leghennen nam met bijna 4% af naar een kleine 46 miljoen dieren. Het aantal vleeskuikens daalde met 2% naar 48,2 miljoen. Het aantal vleeskuikenouderdieren steeg wel, met ruim 2% naar 8,7 miljoen dieren. Het aantal ouderdieren voor leghennen bleef vrijwel gelijk.

In de varkenshouderij daalde het totaal aantal fokvarkens inclusief opfokdieren met 4% naar 1,15 miljoen dieren. Het aantal vleesvarkens daalde minder sterk, met 2% naar 5,69 miljoen.

Groei rundveestapel

De totale rundveestapel groeide met bijna 3% naar 4,24 miljoen dieren. Dat komt vooral door de toename van het aantal melkkoeien. Op 1 april 2016 waren er 1,74 miljoen melkkoeien, plus 7,5% ten opzichte van de telling in 2015. Jongvee voor melkvee was er daarentegen minder. Dit aantal zakte 1,7% naar 1,31 miljoen. Het aantal vleeskalveren groeide met 5%, vooral door een toename van het aantal witvleeskalveren. De categorie overig vleesvee nam sterk af, met bijna 13% naar 232.000 dieren.

Forse daling aantal bedrijven

Het aantal bedrijven kromp met ruim 9.100 naar 54.800, volgens de landbouwtelling 2016. Dat is een afname van ruim 14%. Volgens het CBS heeft dat te maken met een trendbreuk in de verzameling van de cijfers. 2016 is het eerste jaar dat de landbouwtelling is gekoppeld aan een inschrijving als landbouwbedrijf bij de Kamer van Koophandel. Daarmee is een groot aantal hobbybedrijven en niet landbouwbedrijven zoals maneges en kinderboerderijen niet meer in de telling opgenomen.

Dat is ook een belangrijke verklaring voor de forse daling van het aantal schapen en paarden volgens de telling 2016. Die diersoorten worden relatief veel op hobbybedrijven gehouden. Hobbybedrijven hebben ook een gering aandeel in het totale areaal, maar wel relatief veel grasland en mais. Het areaal grasland en voedergewassen is daardoor harder gekrompen dan het totale areaal.

Meer fosfaat

De aantallen dieren volgens de landbouwtelling bepalen ook de landelijk fosfaatproductie in dierlijke mest. De grotere dieraantallen in de melkveehouderij worden niet voldoende gecompenseerd door lagere dieraantallen in de vleesveehouderij en in de varkens- en pluimveesector.

De totale fosfaatproductie komt op basis van de dieraantallen 2016 en normen 2015 dan ook hoger uit. Vooral de melkveehouderij komt daarmee verder boven het fosfaatplafond. De varkenshouderij komt op basis van normen 2015 uit onder het sectorplafond, de pluimveehouderij blijft er nog net iets boven.

Of registreer je om te kunnen reageren.