Home

Nieuws 719 x bekeken

COV: dierenwelzijn zaak van sector en markt

Zolang de Nederlandse overheid zelf geen dieren houdt, niet slacht of vermarkt, dan moet die zich bezighouden met de randvoorwaarden van dierenwelzijn en dit verder toevertrouwen aan de veehouders, vleesproducenten, supermarkten, slagers en consumenten.

Dat zegt Algemeen Secretaris Richard van der Kruijk van de Centrale Organisatie voor de Vleessector (COV) in een reactie op het plan van de Raad voor Dierenaangelegenheden (RDA).

'Niet te ver voor de markt uit lopen'

Als de politiek nieuwe maatregelen willen treffen om de dierenwelzijn verder te verbeteren, is een goede vierkantsverwaarding cruciaal. De Nederlandse vlees- en bijproducten moeten internationaal tegen concurrerende prijzen afgezet kunnen worden, aldus Van Kruijk. Vandaar dat de regelgeving rond het verantwoord houden van dieren voor wat de COV betreft bij voorkeur in EU-verband wordt bepaald. "Nederland heeft een eigen duurzaamheidsagenda, die ons helpt onderscheiden van andere landen. Maar het is niet verstandig om te ver voor de markt uit te lopen. De politiek moet hooguit randvoorwaarden stellen, maar dient  en dient te begrijpen dat Nederland geen eiland is."

'Consument wil gerust gesteld worden'

Van Kuijk geeft verder aan dat dierenwelzijn voor iedereen belangrijk is, maar de gemiddelde consument kiest toch voor gezond, makkelijk te bereiden en goedkoop. Daarnaast willen consumenten gerust gesteld worden en daar speelt het Beter Leven-kenmerk en het Varken van Morgen op in. "Onze overheid mag wel wat nadrukkelijker het signaal afgeven dat dierenwelzijn in ons land top geregeld is in plaats van te hameren op verandering en verbetering."

Of registreer je om te kunnen reageren.