Home

Nieuws 10401 x bekeken 1 reactie

Mestverwerkers in zwaar weer

Mestverwerkers hebben het moeilijk. In de regio Zuid wordt naar schatting circa 16% van de capaciteit niet benut vanwege financiële, technische of vergunningsproblemen. Dit geeft regionaal nog meer druk op de mestmarkt. Veehouders kunnen de mest lokaal moeilijker kwijt, waardoor mestputten vol blijven.

Circa zeven mestverwerkers in de regio Zuid hebben in 2016 niet hun volledige verwerkingscapaciteit kunnen benutten. Dit betekent dat naar schatting 700.000 ton mest (ongeveer 2 miljoen kilo fosfaat) dit jaar niet kon worden verwerkt, die meestal wel was gecontracteerd. Dit is zo'n 16% van de totale beschikbare verwerkingscapaciteit die in potentie in de regio Zuid aanwezig is, maar dit jaar niet volledig werd benut.Deze verwerkers contracteren rechtstreeks mest van veehouders in hun regio (vaak binnen een straal van 15 kilometer) of zijn gelieerd aan een boerenmestcoöperatie zoals Mace (200 leden), MIC (85 leden) en Mestac (400 leden).

Financiële problemen

De reden van de uitval van mestverwerkers is vaak technisch van aard, of heeft te maken met de vergunning. Hierdoor kan de beschikbare capaciteit niet of gedeeltelijk worden benut, waardoor financiële problemen ontstaan. De meeste mestverwerkingslocaties bevinden zich in Zuidoost Brabant en Noord-Limburg. Uit rondvraag blijkt dat naar schatting 20% mest in de putten bij varkenshouders in het Zuiden is achtergebleven, als gevolg van de problemen bij de lokale verwerkers.

De biofosfaatfabriek van Ecoson in Son kampt met technische problemen. De fabriek met een verwerkingscapaciteit van 100.000 ton dierlijke mest werd in 2014 geopend. - Foto: Bert Jansen
De biofosfaatfabriek van Ecoson in Son kampt met technische problemen. De fabriek met een verwerkingscapaciteit van 100.000 ton dierlijke mest werd in 2014 geopend. - Foto: Bert Jansen

Meer druk op lokale mestmarkt

Jos van Gastel, specialist mestverwerking bij ZLTO, beaamt de problemen bij verwerkers. "Vaak begint het met technische problemen. Het kost verwerkers tijd om de techniek goed in te regelen." Als er technische tegenvallers zijn, ontbreekt vaak ook het geld om de tegenslagen op te vangen. Van Gastel zegt bezorgd te zijn over de continuïteit van de boerenverwerkers, en benadrukt dat ze een belangrijke schakel zijn in de mestketen. "Veehouders moeten op een andere manier van hun mest af zien te komen. Dat geeft lokaal nog meer druk op de mestmarkt."

Problemen mestverwerkingsinstallatie Terramass

Het meest in het oog springende voorbeeld is het verwerkingsbedrijf Terramass in Odiliapeel. Op initiatief van loonbedrijf Peters en mestcoöperatie Mineralen Initiatief Coöperatie (MIC), bouwde dat bedrijf vorig jaar een mestverwerkingsinstallatie met een capaciteit van 200.000 per jaar. 85 veehouders uit de regio zijn lid van MIC. De installatie kon in 2016 niet in bedrijf komen vanwege technische problemen. Herfinanciering is inmiddels aangevraagd. Peters heeft het management overgedragen aan Minovia, die de techniek leverde.

Verwerkers Houbraken, Mace en Verkooyen hebben vergunningsproblemen, waardoor zij (gedeeltelijk) stil liggen. Agro America, Merensteyn (mestcoöperatie Mestac) en Ecoson hebben technische problemen.

De totale Nederlandse verwerkingscapaciteit in 2016 is 29,5 miljoen kilo fosfaat, waarvan 12,8 miljoen kilo wordt verwerkt in concentratiegebied Zuid.

Eén reactie

  • Vhouder

    daar worde toch strontziek van

Of registreer je om te kunnen reageren.