Home

Nieuws 344 x bekeken

Wet heffingen diergezondheidsfonds naar Kamer

Staatssecretaris Martijn van Dam heeft de wet die moet regelen dat de overheid heffingen kan opleggen voor het Diergezondheidsfonds naar de Tweede Kamer gestuurd.

Uitgangspunt van de wet is dat de kosten die de overheid maakt voor de bestrijding en preventie van dierziekten (voor zover die niet worden betaald door de EU) worden betaald door het betrokken bedrijfsleven. Hiervoor werden in het verleden heffingen opgelegd door de productschappen. Door het afschaffen van de productschappen ligt deze taak nu bij de overheid. De wetswijziging is nodig om RVO.nl de mogelijkheid te bieden de heffingen op te leggen. Grote veranderingen voor de boer zijn hierdoor niet te verwachten.

Toon van Hoof, portefeuillehouder diergezondheid van LTO Nederland, verwacht dat de heffingen van vergelijkbare hoogte zullen zijn als in het verleden. “Maar we houden uiteraard goed in de gaten of het ministerie even efficiënt kan werken als de productschappen, en dat de uitvoeringskosten niet stijgen.”

Kostenverdeling

Over de specifieke verdeling van de kosten van de preventieve maatregelen en bestrijdingsmaatregelen tussen de sectoren en het ministerie, zijn convenanten gesloten. Telkens met een looptijd van vijf jaar. In de convenanten staat dat de houders en producenten bereid zijn onder de voorwaarden van het gesloten convenant een bijdrage te betalen, tot het plafondbedrag.

Bij de rundvee- en varkenshouderij zijn nog voldoende reserves in kas, waardoor op korte termijn voor deze sectoren nog geen heffing is te verwachten. Van Dam verwacht dat rundveehouders tot 2022 geen heffing hoeven te betalen, mits er geen dierziekte uitbreekt. De reserves voor de varkenshouderij zijn minder groot. Hier is een heffing te verwachten vanaf 2018 of 2019. Voor de kleinere sectoren zoals schapen en geiten en voor de pluimveehouderij, moet de kas wel direct worden aangevuld.

Plafondbedragen

De heffing wordt geheven naar aantal dieren dat in een kalenderjaar wordt gehouden. Anders dan nu, kan de hoogte van het tarief per dier per jaar worden gewijzigd. Dat was eerder per drie jaar. Aanleiding tot wijziging, zijn de veterinaire risico’s of waardeverandering van dieren. Ook wanneer de kosten hoger uitkomen, kan de heffing eerder worden aangepast. Met de snelle wijziging kunnen hoge kosten bij een uitbraak worden uitgesmeerd over meerdere jaren. De plafondbedragen, de maximale bijdrage van de sector, worden per vijf jaar vastgesteld via een algemene maatregel van bestuur.

De hoogte van de crisisreserve is vastgesteld op 20% van de ten hoogste door het bedrijfsleven te betalen bestrijdingskosten. Deze reserve moet grote schommelingen van de heffing bij een uitbraak voorkomen.

Of registreer je om te kunnen reageren.