Home

Nieuws 630 x bekeken

Geen status aparte voor cisgenese in Nederland

Den Haag - Zolang er in Europa nog geen overeenstemming bestaat over de veiligheid van genetische modificatie met soorteigen eigenschappen, zal Nederland cisgenese niet anders regelen dan andere genetische modificatie.

Dat zegt staatssecretaris Wilma Mansveld (Infrastructuur en Milieu) in het besluit genetisch gemodificeerde organismen, dat aan de Tweede Kamer is voorgelegd.

De Europese Commissie studeert naar aanleiding van verschillende onderzoeken op een mogelijke juridische vrijstelling van cisgenese in de regelgeving voor genetisch gemodificeerde gewassen.

Staatssecretaris Mansveld heeft overwogen in de Nederlandse regelgeving meer ruimte te bieden voor cisgenese. Ze ziet daar vooralsnog echter vanaf, omdat de Europese regelgeving op dit moment bij de uiteindelijke toelating van genetisch gemodificeerde gewassen (of andere organismen) er geen onderscheid gemaakt wordt tussen cisgenese of transgenese (dat laatste betreft het inbrengen van soortvreemde eigenschappen met behulp van genetische modificatie).

Het besluit van Mansveld regelt zowel het ontwikkelen van genetisch gemodificeerde organismen, het doen van proeven ermee - zowel binnen laboratoria als in het veld - en uiteindelijk het in de handel brengen van de GGO's. Het CDA benadrukt in een reactie op het besluit dat de overheid nadrukkelijk regels moet stellen en dat niet moet overlaten aan de markt. "De ervaring leert dat de markt geen moraal kent."

Een van de veranderingen ten opzichte van de bestaande regelgeving is dat de staatssecretaris nu een GGO wil kunnen toelaten als er sprake is van een 'aanvaardbaar risico'. In de bestaande wetgeving wordt nog uitgegaan van een 'verwaarloosbaar risico'.

De fracties van SGP en de Partij voor de Dieren vragen de staatssecretaris of daarmee de vergunningverlening niet versoepeld wordt. De SGP stelt daarbij de vraag waar eigenlijk de grens ligt tussen aanvaardbaar en niet aanvaardbaar.

Dezelfde fracties stellen ook vragen over de verantwoordelijkheid voor de regelgeving. In het verleden werd die gedeeld tussen de ministeries van I&M, Economische Zaken en VWS. Het nieuwe besluit valt geheel onder verantwoordelijkheid van I&M.

"In wetenschap en maatschappij leven zorgen over de potentiële risico's  voor milieu, (biologische) landbouw, dier en mens. Als GGO's zich in het milieu verspreiden is sprake van een onomkeerbaar proces", aldus de SGP, die daarom vraagt om een zorgvuldige besluitvorming, waarbij ook EZ en VWS worden betrokken.

In de nieuwe regels  blijft voor buitenstaanders  onduidelijkheid bestaan over de plaats waar veldproeven met GGO's worden uitgevoerd.  De exacte locatie van veldproeven zijn wel bij het ministerie bekend, maar die hoeven niet precies openbaar gemaakt te worden. Als het gaat om proeven met gewassen die een minimale afstand van gangbare (soortgelijke) gewassen moeten staan, moeten de grenzen van het perceel waarbinnen de proef wordt gedaan bekend zijn voor telers in de omgeving. Bij proeven met gewassen waarbij geen isolatieafstand in acht wordt genomen, kan worden volstaan met het aanwijzen van een gebied dat honderd keer groter is dan het feitelijke proefveld. Zowel de SP als de PvdD zijn daar kritisch over.

Of registreer je om te kunnen reageren.