Home

Nieuws 499 x bekeken

Dijksma bekijkt mogelijkheden meerdere sectoren per producentenorganistie

Den Haag – Staatssecretaris Sharon Dijksma van Economische Zaken wil met de sector en de Europese Commissie gaan praten over een oplossing als de voorschriften voor de nieuw te vormen Producentenorganisaties (PO) of Brancheorganisties (BO) te veel knellen.

Dat staat in een brief van minister Henk Kamp aan de Tweede Kamer. Volgens Europese regels morgen PO's en BO's alleen per specifieke sector worden opgericht. Dat maakt het vooral in de akkerbouw en groenteteelt lastig. Dijksma is bereid om het voorstel van de sector om tot werkvormen te komen die samenwerking tussen verschillende specifieke sectoren mogelijk maken voor te leggen aan de Europese Commissie.
Kamp geeft in de brief meer duidelijkheid over de te vormen PO's en BO's, als opvolger van de productschappen.
Producentenorganisaties mogen alleen worden opgericht op initiatief van primaire producenten uit één specifieke sector zoals bijvoorbeeld suiker, granen, zuivel of pluimveevlees. Een vertegenwoordigende organisatie mag geen PO oprichten. Kamp heeft besloten dat een PO minimaal vijftien leden moet hebben. Voor de sector zuivel was al een minimum ingesteld van 150 leden.

Voor een brancheorganisatie geldt dat deze opgericht mag worden door vertegenwoordigers van de primaire productie in een specifieke sector en vertegenwoordigers van de verwerking en/of handel. Een Brancheorganisatie moet ten minste 25 procent van de betrokken primaire producenten en ten minste 25 procent van de ondernemers in de rest van de keten vertegenwoordigen.

Voor algemeen verbindend verklaren moet een PO tenminste 50 procent van de betrokken producenten vertegenwoordigen én een aandeel hebben van twee derde in de productie van het betrokken product. Voor een BO geldt dat deze tenminste een aandeel van twee derde in de productie en verwerking en/of handel moet vertegenwoordigen. Kamp wil niet op voorhand doelen stellen waarvoor heffingen geheven kunnen worden via het algemeen verbindend verklaren. Dit zal per geval beoordeeld worden. Een AVV geldt voor ten minste een half jaar en maximaal een jaar. De organisatie moet tijdens deze periode verantwoording afleggen over de representativiteit van de organisatie en de voortgang van de maatregel of activiteit in kwestie. Ook aan niet-leden kan op deze manier een heffing worden opgelegd.

De Eerste Kamer debatteert dinsdag over de toekomst van de productschappen.

Of registreer je om te kunnen reageren.