Home

Nieuws 3607 x bekeken

Inkomens land- en tuinbouw dalen met 20 procent

Den Haag – Het inkomen uit bedrijf in de land- en tuinbouw daalt in 2014 gemiddeld met 20 procent ten opzichte van 2013. Het inkomen per onbetaalde arbeidsjaareenheid (aje) daalt van €43.000 in 2013 naar €35.000 gemiddeld in 2014. De inkomens dalen fors op vleesvarkensbedrijven, akkerbouwbedrijven en fruitteeltbedrijven.

Leghennenhouders behalen daarentegen weer een positief inkomen, na het forse verlies in 2013. Dat blijkt uit de jaarlijkse inkomensraming van LEI Wageningen UR. De inkomens dalen vooral door een prijsdaling van producten.

In de melkveehouderij is sprake van een lichte inkomensdaling, van €41.000 in 2013 naar €39.000 in 2014. De melkprijs over heel 2014 is iets lager dan in 2013 en daalt vooral in de laatste maanden sterk. De kosten daalden ook onder meer door lagere voerprijzen. Melkgeitenhouders zien hun inkomen sterk stijgen, van €76.000 in 2013 naar €145.000 in 2014. Oorzaak is vooral de hoger melkprijs voor geitenmelk. Vleeskalverenbedrijven zien hun inkomen licht dalen van €39.000 in 2013 naar €37.000 in 2014.

Lager prijsniveau akkerbouwgewassen

Het inkomen op de akkerbouwbedrijven daalt in 2014 flink door fors lagere opbrengstprijzen van vrijwel alle gewassen. Gemiddeld is het inkomen uit bedrijf per onbetaalde aje gedaald van €62.000 in 2013 naar €27.000 in 2014, dat is het slechtste resultaat sinds 2004. Dit heeft te maken met hoge producties per hectare van de meeste akkerbouwgewassen, niet alleen in Nederland maar in geheel Noordwest-Europa. Op zetmeelaardappelbedrijven daalt het inkomen minder scherp, van €89.000 in 2013 naar €67.000 in 2014.

Lagere voerkosten

In de intensieve veehouderij zien vleesvarkenshouders hun inkomens sterk dalen. In 2014 noteren zij een verlies van €13.000 per ondernemer tegen €37.000 positief in 2013. Dat is vooral veroorzaakt door lagere vleesvarkensprijzen als gevolg van het wegvallen van Rusland als afnemer van Europees varkensvlees en het lagere verbruik van varkensvlees in de EU. De voerkosten gaan wel omlaag, maar te weinig om de opbrengstderving goed te maken. Zeugenbedrijven zagen het inkomen mede door die lagere voerkosten iets stijgen van €41.000 naar €48.000.

De pluimveesector zag ondanks de vogelgriep de inkomens gemiddeld fors stijgen. Vooral het inkomen van leghennenhouders steeg fors na het forse verlies (€62.000 per ondernemer) in 2013. Er is sprake van flink herstel, maar het niveau is met €27.000 nog wel matig aldus het LEI. De lagere voerkosten zorgen voor de vleeskuikenbedrijven voor een sterke inkomensverbetering, van €30.000 naar €87.000. Door de recente uitbraak van vogelgriep loopt de sector flinke economische schade op. Ook brengt de uitbraak onzekerheid met zich mee voor de toekomstige opbrengstprijzen.

Bollentelers hoogste inkomen

In de opengrondstuinbouw boeken alleen de bloembollentelers door hogere opbrengstprijzen een inkomensverbetering. Met een geraamd inkomen uit bedrijf van €102.000 per onbetaalde aje bereiken de bloembollenbedrijven het hoogste inkomen uit deze eeuw volgens het LEI. Het inkomen van fruittelers daalt fors doordat hoge producties van appels en peren zorgen voor lage prijzen. De prijsdaling is het gevolg van het grote Europese aanbod en het importverbod dat Rusland sinds augustus heeft ingesteld. Bij vollegrondsgroentetelers wordt de stijging van de gemiddelde productie per hectare teniet gedaan door een dubbel zo grote prijsdaling. Boomkwekerijbedrijven zien hun inkomen opnieuw dalen. Dit is vooral het gevolg van een sterke daling van de exportwaarde naar Duitsland.

Of registreer je om te kunnen reageren.