Home

Nieuws 837 x bekeken

EU verliest aandeel in landbouwexport

Den Haag - De Europese landbouw- en voedingsmiddelenindustrie heeft een sterke concurrentiepositie in de wereld, maar het Europese aandeel in de agri-food-exporten neemt af.

Het gemeenschappelijke landbouwbeleid (GLB) biedt onvoldoende mogelijkheden om de landbouweconomie te versterken. Dat schrijven beleidsonderzoekers van verschillende Europese onderzoeksinstituten in een rapport dat is gemaakt in opdracht van de Europese Commissie.

De Europese Unie  is vooral sterk in producten met een toegevoegde waarde. Er is echter een groot verschil tussen de prestaties van verschillende lidstaten. In een deel van de lidstaten is structurele hervorming van de voedselketen nodig, inclusief concentratie van de productie en samenvoeging van bedrijven, daar zou het gemeenschappelijk landbouwbeleid meer op moeten inzetten. Daarnaast moet het GLB worden ingezet voor concurrentieversterking en kwaliteitsverbetering, vonden de onderzoekers.

In de afgelopen tien jaar is de Europese Unie van een netto-importeur een netto-exporteur geworden van agro-foodproducten.  Maar daarmee is het Europese marktaandeel niet gestegen. Uitzondering daarop is de vleessector. Het aandeel op de exportmarkt voor varkensvlees bedroeg in de periode van 2002 tot 2012 ongeveer 30 procent.  In die sector heeft de Europese Unie een sterke positie, waarbij Denemarken, Duitsland en Spanje een sterke positie hebben. Denemarken verliest marktaandeel ten gunste van Duitsland, Polen en Spanje. Het aandeel op de exportmarkt voor pluimveevlees neemt gestaag af. Frankrijk heeft verreweg het belangrijkste aandeel. In de zuivel  is het aandeel op de exportmarkt in de periode van 2002 tot 2012 afgenomen van 40 tot 30 procent. Toch heeft de EU een sterke positie  als het gaat om de export van kaas, wrongel en melkconcentraat. Hoewel Italië en Frankrijk van oudsher een belangrijke positie hebben op de kaasmarkt, verliezen ze aandeel ten gunste van Nederland en Duitsland.

Voor melkconcentraat is Nederland de belangrijkste speler met een gemiddeld aandeel van 9,6 procent in de exportmarkten. Dat is meer dan 30 procent van de totale EU-export. Bij groente is de Europese Unie een netto-importeur, al is de trend dat de balans iets meer in evenwicht komt. De positie van Nederland is overweldigend, schrijven de onderzoekers, vooral vanwege de gecombineerde rol van producent van groente en als doorvoerland van groenten. Toch is het marktaandeel van Nederland relatief dalend.

De Europese Unie is voor  een groot deel afhankelijk van import, als het gaat om oliehoudende zaden. Het merendeel van de Nederlandse consumptie komt van buiten de EU. Oostenrijk, Bulgarije en Tsjechië zijn minder afhankelijk van import.

Of registreer je om te kunnen reageren.