Home

Nieuws 1129 x bekeken

Noord-Brabant opnieuw door rechter in ongelijk gesteld

Den Haag - Vier Brabantse veehouders moeten tegen de zin van de provincie alsnog een ontheffing krijgen van de Verordening Ruimte, waarin de intensieve veehouderij aan banden wordt gelegd.

Dat blijkt uit vier uitspraken van de Raad van State.

In acht zaken die aan de hoogste rechter zijn voorgelegd heeft de provincie nu zeven keer aan het kortste eind getrokken. In maart werd een eerste uitspraak gedaan waarbij de hoogste rechter de provincie een tik op de vingers gaf.

Brabant heeft in de Verordening Ruimte de mogelijkheden van nieuwvestiging van intensieve veehouderij-bedrijven in landbouwontwikkelingsgebieden onmogelijk gemaakt. Alleen onder strikte voorwaarden gaf de provincie een ontheffing.

De Raad van State oordeelt dat de provincie veel te strenge voorwaarden heeft opgelegd. Er zijn situaties waar de boeren hun oude locaties al aan het ontmantelen waren, in de zekerheid - van de gemeente verkregen - dat  ze elders in een landbouwontwikkelingsgebied konden nieuwvestigen, tot de provincie daar een streep door zette. In sommige gevallen was er al een concrete locatie aangewezen voor vestiging.

Jurist Paul Bodden, die de belangen behartigde van de vier boeren die nu een ontheffing zullen krijgen, zegt dat de Raad van State een ruime interpretatie geeft waarbij niet heel precies op papier hoefde vast te liggen welke afspraken tussen gemeente en ondernemer waren gemaakt. "Maar het is ook niet zo dat de rechter in elk geval de boer gelijk geeft. In een zaak in de gemeente Gilze, heeft de provincie wel gelijk gekregen."

Bodden heeft de provincie gevraagd om de zaken die nu nog bij de rechter liggen alsnog af te doen met een ontheffing. De provincie heeft daar negatief op gereageerd. Volgens Bodden moet in meer dan vijftien gevallen nog uitspraak gedaan worden.

Of registreer je om te kunnen reageren.