Home

Nieuws 658 x bekeken

Landbouwraad wil akkoord GLB niet openbreken

Brussel – De Europese landbouwministers willen het compromis over het nieuwe gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB) niet meer openbreken om te onderhandelen over de onderwerpen die betrekking hebben op het meerjarig financieel kader (MFK).

Dat blijkt tijdens de vergadering van de landbouwraad. De Litouwse voorzitter Virgilius Jukma peilde de belangstelling om opnieuw een trialoog te openen over de onderwerpen van het GLB die te maken hebben met de meerjarenbegroting van de EU, mede op verzoek van het Europees Parlement. Over deze onderwerpen was tijdens het akkoord tussen het Europees Parlement, de Raad van Landbouwministers en de Europese Commissie nog geen definitief besluit, omdat er nog geen overeenstemming was over de Europese meerjarenbegroting. Deze is er inmiddels wel.
De landbouwministers willen het traject naar een nieuw landbouwbeleid niet verder vertragen, om ervoor te zorgen dat boeren zo snel mogelijk duidelijkheid hebben over het nieuwe beleid. Het opnieuw openbreken van het GLB-akkoord willen de landbouwministers dus niet.

Jukma en Eurocommissaris Dacian Ciolos willen in oktober een voorstel hebben voor het overgangsjaar, om hierover in november een akkoord te bereiken over de afspraken voor het overgangsjaar 2014. Omdat het uitvoeringstechnisch niet mogelijk is, gaat het nieuwe GLB niet voor alle onderwerpen in 2014 in. Het plattelandsbeleid (tweede pijler) en de gemeenschappelijke marktordening van het nieuwe beleid gaan per 2014 in. De directe betalingen (eerste pijler), waaronder ook de vergroeningsmaatregelen, aanpassingen van de hectarepremie en de jonge boerenregeling vallen, worden in 2015 van kracht.

Lidstaten zijn bezig met de nationale uitwerking van het nieuwe GLB. Ciolos benadrukte dat de nationale uitwerking eenvoudig moet zijn. “De vereenvoudiging van het landbouwbeleid zoals we die hebben ingezet, moet ook in de nationale invulling worden voortgezet. Het plan moet met de nationale invulling niet logger worden”, vindt Ciolos. Hij wijst specifiek op de vergroeningsmaatregelen en de gelijkwaardige alternatieven (equivalentie) hiervoor. “De equivalentie moet het eenvoudiger en niet ingewikkelder maken. Anders neemt het risico op fouten toe en wordt het beleid moeilijker te controleren”, zegt Ciolos.

Of registreer je om te kunnen reageren.