Home

Nieuws 787 x bekeken

LEI: scherpe inkomensstijging 2012 zet niet door

Den Haag – Het inkomen uit het bedrijf is in de land- en tuinbouw in 2012 met 50 procent toegenomen ten opzichte van een jaar eerder. De stijging is vooral gevolg van hogere prijzen voor eieren, biggen, uien en aardappelen.

Dat staat in het Landbouw-Economische Bericht (LEB) van onderzoeksinstituut LEI Wageningen UR, dat in de kantlijn waarschuwt dat inkomens in 2013 in met name de veehouderij stagneren tot licht dalen.

In de rundveehouderij daalden prijzen na twee betrekkelijk redelijk jaren door een oplopende prijs voor voerkosten en lagere melkprijs. De glastuinbouw profiteerde van hogere prijzen voor groente en bloemen. Het gemiddelde inkomen in de agrarische sector kwam uit op 44.000 euro per onbetaalde arbeidskracht, fors meer dan in 2011 maar minder dan de 57.700 euro die in 2010 werd opgetekend.

De omzet van de land- en tuinbouw is in 2012 met 4 procent toegenomen tot 26,5 miljard euro. In vergelijking met andere sectoren presteert de agrarische sector beter. De groei kwam net als in 2011 vooral tot stand door hogere productprijzen over vrijwel de hele linie. Het productievolume blijf vrijwel gelijk aan 2011, alleen de melkproductie steeg licht.

De uitvoerwaarde van agrarische producten steeg met 5,7 procent tot 76,2 miljard euro, aldus de rapporteurs. In beide gevallen is doorvoer van producten niet opgenomen. De importwaarde van agrarische producten steeg met 4,4 procent tot 51,3 miljard euro, waardoor een handelsoverschot werd geboekt van krap 25 miljard euro.

De animo voor bedrijfsopvolging neemt volgens de rapporteurs toe en wordt volgens de onderzoekers vooral bepaald door de bedrijfsomvang. Hoe groter het bedrijf, hoe hoger het opvolgingspercentage. Bij kleinere bedrijven met een standaardopbrengst van minder dan 100.000 euro ligt het opvolgingspercentage op 25 procent, terwijl bedrijven met een standaardopbrengst van 500.000 euro of meer in 79 procent van de gevallen opvolging vinden.

Onderzoeker Petra Berkhout wil niet spreken van een trend, hoewel in het algemeen het imago van de sector lijkt te verbeteren. “We zien wel dat het financieel steeds lastiger is een overname te realiseren en dat is een trend die wel enigszins zorgen baart. Daarbij speelt ook dat banken minder scheutig zijn met het verlenen van krediet.”

De onderzoekers stellen vast dat producentenprijzen voor landbouwproducten in Nederland – behalve die voor melk – nog steeds een trendmatige daling laten zien. De laatste jaren zijn prijzen vanwege de schaarste op de wereldmarkt fors aangetrokken. Maar wanneer rekening wordt gehouden met een jaarlijkse inflatie van 2 tot 3 procent per jaar is volgens het LEI nog steeds sprake van een reële daling. Deze cijfers staan in schril contrast met de trendmatige stijging van consumentenprijzen.

Volgens voorzitter Albert Jan Maat van LTO Nederland onderstrepen de cijfers het belang van de agrarische sector, een feit waarvan hij hoopt dat politici ze ten harte neemt. “Altijd is gezegd dat het aandeel van het agrocomplex in de economie, zo’n 10 procent, wel zal afnemen, maar uit de nieuwe ramingen blijkt dat niet. De agrarische sector is niet alleen belangrijk, dat blijft ze ook.”

Of registreer je om te kunnen reageren.