Home

Nieuws 4405 x bekeken 1 reactie

Overheden vergunnen mestverwerking niet

Doetinchem - Mestverwerking komt in het zuiden van Nederland niet van de grond omdat gemeenten en provincies geen vergunning afgeven.

Volgens adviesbureau Exlan in Veghel (N.Br.) zijn momenteel dertig mestverwerkingsinitiatieven met een jaarlijkse capaciteit van 50.000 tot 120.000 ton, al langer dan twee jaar bezig om een vergunning te krijgen. Het betreft vergunningsaanvragen waarbij het bestemmingsplan moet worden gewijzigd. Exlan vraagt de meeste vergunningen aan voor dergelijke initiatieven en inventariseerde onlangs voor het concentratiegebied Zuid het aantal projecten dat een vergunningsaanvraag heeft lopen. Volgens Jan Schellekens van het adviesbureau houdt de overheid mestverwerking tegen door geen vergunningen af te geven. "Niet of nauwelijks komen projecten van de grond, omdat ze niet vergund worden. De looptijd van procedures zijn ontzettend lang. Ik ken projecten die – inclusief het voorbereidingstraject – al zes jaar bezig zijn met het rond krijgen van de vergunningen.”

Raymond Derks, vergunningsspecialist bij ZLTO, beaamt dat niet of nauwelijks vergunning worden afgegeven door lokale overheden en zodoende mestverwerking moeizaam van de grond komt. Volgens Derks staat het beleid van de gemeenten haaks op dat van de provincie. "Gemeenten willen vaak wel meewerken, maar willen geen mestverwerkingsinstallaties hebben op industrieterreinen omdat ze vaak nabij woonwijken liggen. Zij vinden dat mestverwerking thuis hoort in het buitengebied, nabij de boerderijen zodat de transportafstand beperkt is en bijhorende kosten laag blijven. De provincie daarentegen vindt juist wel dat dergelijke installaties op industrieterreinen thuis horen en niet in het buitengebied."

De vergunningafgifte voor mestverwerking (capaciteit tot 50.000 ton per jaar) op bedrijfsniveau verloopt vlotter. Dat zegt Jos de Groot, adviseur bij DLV in Uden (N.Br.). Meestal is voor deze aanvraag geen wijziging van het bestemmingsplan nodig en roept vanwege de kleinschaligheid minder weerstand op bij omwonenden.

Volgens Derks en Schellekens is de vergunningverlening van mestverwerkingsprojecten rond de 100.000 ton per jaar, de grootste valkuil voor het wel of niet slagen van de mestverwerkingsplicht voor boeren. Eind 2013 moet duidelijk zijn of er voldoende mestverwerking is. Sharon Dijksma wil een mestverwerkingsplicht invoeren voor boeren die meer mest produceren dan zij zelf kunnen plaatsen op het land. Boerderij berekende de hoeveelheid te verwerken fosfaat en de bestaande en te realiseren verwerkingscapaciteit. Daaruit blijkt dat de landbouw volop bezig is om mestverwerkingsprojecten van de grond te krijgen. Er is echter geen medewerking van provincie en gemeenten.

Vrijdag 22 maart beslissen Brabantse Staten over het voorstel van de Gedeputeerde Staten om 15 tot 30 mestverwerkingslocaties aan te wijzen in het buitengebied.

Eén reactie

  • Coanma

    Mestvergisters in buitengebieden horen daar juist NIET thuis, vaak vanwege bepaalde beschermende waarden die een gebied kent en terecht dat de vergunning er dan niet komt. Dit artikel presenteert het of het zielig is wat er gebeurt, echter vaak wordt bewust de omgeving niet geïnformeerd, stil zitten en niets zeggen en dan maar hopen dat niemand er tegen in gaat en ontdekt wat de plannen zijn die vaak desastreus zijn voor het aanzicht van het landschap, de wegen die kapot gereden worden etc. en nog niet eens over de stank en het lawaai gesproken.De RIVM heeft niet voor niets in haar richtlijn staan dat bij grootschaliger mestvergisters, zoals 50.000 ton al is, deze thuishoren op een industrieterrein. Tevens moeten boeren toch vaak meer grondstoffen naar zich toehalen dan dat zij van zichzelf hebben, dus die zogenaamde handige locatie in het buitengebied gaat juist dan niet op, aangezien industrieterreinen veel vaker goede uitvalswegen hebben (veiligheid).

Of registreer je om te kunnen reageren.