Home

Nieuws 2350 x bekeken 3 reacties

Melkveehouders vooruit, leghennenhouders achteruit

Den Haag - Het gemiddelde inkomen van agrarisch ondernemers daalt dit jaar licht naar 42.000 euro per onbetaalde arbeidsjaareenheid (oaje). Er zijn grote verschillen tussen de sectoren en tussen bedrijven binnen een sector.

De inkomens van melkveehouders verdubbelen bijna, leghennenhouders gaan gemiddeld twee ton achteruit. Dat meldt het LEI.

Na de terugval in 2012 zien melkveehouders het inkomen sterk herstellen, van 22.000 euro vorig jaar naar 40.000 dit jaar. Dit komt vooral door de flink hogere melkprijs. De voerkosten zijn echter ook gestegen, wat de positieve resultaten remt.

Leghennenhouders hebben een zeer teleurstellend jaar achter de rug, na een goed 2012. De inkomens gaan van gemiddeld 104.000 euro in de plus naar 103.000 euro in de min. Oorzaak is een combinatie van lagere eierprijzen en gestegen voerkosten. Deze grote schommeling is deels veroorzaakt door de verplichte omschakeling van traditionele kooihuisvesting naar alternatieve huisvesting, aldus het LEI. Vleeskuikenhouders zitten nog wel in de zwarte cijfers, maar zien hun inkomen eveneens dalen, van 37.000 naar gemiddeld 21.000 euro.

Het inkomen van varkenshouders daalt licht; de iets hogere prijzen van biggen en vleesvarkens zijn onvoldoende om de gestegen voerkosten te compenseren. Desondanks blijft het gemiddelde inkomen op niveau in vergelijking met het gemiddelde inkomen van de laatste vijf jaar. Tussen de typen varkensbedrijven bestaan grote inkomensverschillen. De geraamde inkomens zijn gemiddeld het hoogst op de zeugenbedrijven (54.000 euro) en het laagst op de vleesvarkensbedrijven (36.000 euro).

Het inkomen op de akkerbouwbedrijven daalt in 2013, na het topjaar 2012, maar blijft beduidend hoger dan het inkomensniveau in de jaren voor 2010. Gemiddeld is het inkomen uit bedrijf ongeveer 80.000 euro, maar ook in deze sector is er een grote spreiding in resultaat. Het dalende inkomen wordt veroorzaakt door lagere prijzen van vrijwel alle gewassen, uien uitgezonderd.

Voor de bedrijven met veel zetmeelaardappelen daalt het inkomen eveneens door de lagere prijzen voor de granen, bieten en zetmeelaardappelen. Maar desondanks blijft het inkomen op zetmeelbedrijven op een hoog niveau (95.000 euro).

In de glastuinbouw valt vooral de forse inkomensdaling van gemiddeld 45.000 euro van de glasgroentebedrijven op.

Bloembollentelers behalen met 57.000 euro het hoogste inkomen binnen de opengrondstuinbouwsector (38.000 euro).

Laatste reacties

  • timh6

    Uit het bovenstaande blijkt dat de zetmeelaardappel telers
    ook wel overleven als hun hectare steun lager wordt.

  • koestal

    kippen krabben achteruit ,zei men vroeger

  • wvb

    Ja en varkens vooruit dan heb je zo een hoop

Of registreer je om te kunnen reageren.