Home

Nieuws 3828 x bekeken 3 reacties

Hoge Raad: bedrijfsopvolgingsfaciliteit niet discriminerend

Den Haag - Bedrijfsopvolgers hoeven niet bang te zijn dat ze veel meer geld moeten afdragen aan de fiscus bij een bedrijfsoverdracht. Nadat Hof Den Bosch en de Advocaat Generaal van de Hoge Raad (HR) de huidige bedrijfsopvolgingsfaciliteit (BOF) discriminerend noemden, leek een lagere vrijstelling voor de hand te liggen. De Hoge Raad legt echter de conclusie van de Advocaat-Generaal (A-G), Robert IJzerman, naast zich neer.

Dat blijkt uit een uitspraak van 22 november. Volgens ons hoogste rechtscollege is de huidige regeling waarbij er een vrijstellingspercentage van 100 procent geldt voor de eerste 1.006.000 euro en een vrijstelling van 83 pocent voor het overige ondernemingsvermogen, niet onredelijk naar andere belastingbetalers.

A-G IJzerman was wel van mening dat de voor boeren gunstige bedrijfsopvolgingsfaciliteit bij overdracht van een onderneming oneerlijk en discriminerend is ten opzichte van andere belastingbetalers. IJzerman stelt in zijn uitspraak van 30 september dat de bedrijfsopvolgingsfaciliteit moet worden gezien als 'een willekeurig vastgesteld fiscaal privilege ten faveure van een beperkte groep'. De fiscale voordelen die bij een bedrijfsopvolging gelden zouden ook moeten worden toegekend aan erfgenamen die een ander vermogen dan een bedrijfsvermogen erven. Met name de verhoging van de vrijstelling boven 75 procent, zoals deze vanaf 2010 geldt kon niet door de beugel volgens de A-G.
Volgens de Hoge Raad gaat het beroep op discriminatie niet op omdat niet iedere ongelijke behandeling van gelijke gevallen verboden is als daar een redelijke en objectieve rechtvaardiging voor is. Verder vindt de HR dat op fiscaal gebied de wetgever in het algemeen een ruime beoordelingsvrijheid toekomt. De wetgever heeft de faciliteit in het leven geroepen onder meer omdat de heffing van successie- en schenkingsrecht bij verkrijging van ondernemingsvermogen liquiditeitsproblemen kan veroorzaken, waardoor de continuïteit van ondernemingen in gevaar kan komen.
De kritiek op het steeds verhogen van het vrijstellingspercentage zonder gedegen onderzoek verwerpt de HR. Maatregelen genomen met het oog in de praktijk ervaren problemen hoeven niet altijd gebaseerd te zijn op uitgebreid onderzoek, aldus de HR.
Ook het argument dat in een aanzienlijk deel van de gevallen waarin de faciliteit van toepassing is, geen sprake is van liquiditeitsproblemen, speelt geen rol volgens de HR. De wetgever mag uitgaan van de veronderstelling dat zich bij vererving en schenking van ondernemingsvermogen in een aanzienlijk aantal gevallen wel een belemmering zou voordoen voor het voortzetten van het bedrijf. Daarnaast is de HR van mening dat de faciliteit niet uitsluitend bedoeld is om liquiditeitsproblemen te voorkomen, maar ook tot doel heeft het ondernemerschap meer in het algemeen te stimuleren.
HR komt tot de slotsom dat 'de bedrijfsopvolgingsfaciliteit zoals die de afgelopen jaren gold berust op een keuze van de fiscale wetgever waarvan niet kan worden gezegd dat zij evident van redelijke grond is ontbloot'.

Tonko Keizer, senior adviseur belastingadvies, bij Accon AVM vindt het heel logisch dat de Hoge Raad de A-G niet gevolgd heeft in de uitspraak. "De wetgever moet de vrijheid houden om dit soort fiscale instrumenten te gebruiken." Keizer vond de redenering van de A-G waarom de vrijstelling boven 75 procent ineens discriminerend zou zijn onduidelijk. "Het werd mij niet duidelijk waarom het boven die grens onredelijk zou zijn. Ik verwacht dat de regeling nu voor langere tijd ongemoeid zal blijven, in ieder geval in deze kabinetsperiode."
Belastingconsulent Hendrik Kruier van Bloemsma Faassen Accountants is blij verrast met de uitspraak. "Ik heb een paar bedrijfsovernamezaken lopen en ben blij we daarmee op de ingeslagen weg verder kunnen. Dit is echt goed nieuws voor bedrijfsopvolgers."

Laatste reacties

  • koestal

    Dit is goed nieuws voor de contuniteit van de agrarische en andere familiebedrijven

  • ed12345

    Ik denk dat de advocaat zijn eigen bedrijf ,z'n advocatenkantoor bij eventuele opvolging in gedachte heeft .De eigenlijke bedrijfs waarde tov te behalen jaarlijkse winst geeft behoorlijk wat financiele bewegings ruimte ,de heer Ijzerman kan zich waarschijnlijk niet voorstellen dat het bij andere bedrijven waaronder de landbouw dat plaatje er iets minder vrolijk uit ziet .Voor diegene onder u die ooit rekeningen hebben gekregen van een advocatenkantoor zullen mijn zienswijze voledig beantwoorden

  • koestal

    Dit is een zegen voor de landbouw !

Of registreer je om te kunnen reageren.