Home

Nieuws 934 x bekeken 1 reactie

Brabant mocht reconstructieplan niet intrekken

's-Hertogenbosch - De provincie Noord-Brabant had de reconstructieplannen niet mogen intrekken en de minister van Infrastructuur en Milieu en de staatssecretaris van Economische Zaken hadden aan de intrekking geen goedkeuring mogen geven.

Dat zegt de Raad van State vandaag in een onherroepelijke uitspraak. De zaak was aangekaart door een aantal Brabantse gemeenten, bedrijven, organisaties en burgers.

De uitspraak heeft mogelijk gevolgen voor gemeenten en veehouders die al procedures hebben lopen tegen de provincie en die een schadeprocedure willen starten. De uitspraak brengt geen veranderingen in het bestaande Brabantse beleid of in de regels die nu gelden.

Volgens de hoogste bestuursrechter is de intrekking van de reconstructiegebieden in strijd met de Reconstructiewet. Daarin staat dat provincies een of meer reconstructieplannen in werking moeten hebben. Door het besluit van de provincie om de reconstructieplannen in te trekken, was er in de provincie Noord-Brabant geen enkel plan meer in werking. Dat de provincie andere regels heeft ingesteld die in plaats komen van de reconstructieplannen, maakte dat niet anders.

Consequentie van de uitspraak van de Raad van State is dat de reconstructieplannen weer herleven - met terugwerkende kracht. Tegelijk blijft ook de later ingestelde Verordening Ruimte van kracht. De Raad van State heeft al eerder geoordeeld dat de verordening ruimte waarin de nieuwvestiging van bedrijven aan banden is gelegd, niet strijdig is met de reconstructieplannen.

De provincie zal echter wel een mouw moeten passen aan de rechtstreekse doorwerking van de landbouwontwikkelingsgebieden en de verwevingsgebieden die in de reconstructieplannen zijn opgenomen, en die met de Verordening Ruimte eigenlijk van de kaart zijn gehaald. De provincie denkt echter dat er geen onoverkomelijke problemen zullen ontstaan. Landbouworganisatie ZLTO erkent dat de Verordening Ruimte overeind blijft. Daarin is vastgelegd dat bouwblokken niet groter mogen zijn dan 1,5 hectare en dat nieuwvestiging is uitgesloten. ZLTO meent dat er mogelijk in individuele gevallen wel effecten zijn, waarover specialisten moeten oordelen.

Volgens jurist Paul Bodden van Hekkelman Advocaten in Nijmegen heeft deze uitspraak vooral gevolgen voor gemeenten en veehouders die uitgewerkte plannen hadden voor plaatsing van bedrijven in landbouwontwikkelingsgebieden, maar daarvoor ten onrechte geen ontheffing kregen. Hun plannen werden van de ene op de andere dag gedwarsboomd door de verordening ruimte en het intrekken van de reconstructieplannen.

Volgens Bodden heeft de hoogste bestuursrechter nu vastgesteld dat de provincie onrechtmatig heeft gehandeld. Dat betekent dat er een extra argument is in schadeprocedures tegen de provincie, zegt Bodden. Ondernemers en gemeenten hebben in landbouwontwikkelingsgebieden grondposities ingenomen om daar nieuwe bedrijven te kunnen realiseren. Die grond werd door het provinciaal beleid opeens minder waard.

Daarnaast heeft de uitspraak volgen Bodden gevolgen voor ongeveer dertig veehouders die een ontheffing hebben of nog krijgen van de provinciale Verordening Ruimte. Hun plannen zullen nu moeten worden beoordeeld op basis van de regels in de reconstructieplannen en niet op provinciale verordeningen die daarna van kracht zijn geworden, zegt Bodden.

In 2005 stelden provinciale staten van Noord-Brabant zeven reconstructieplannen vast op grond van de Reconstructiewet concentratiegebieden. Sindsdien heeft de provincie Noord-Brabant het reconstructiebeleid aangescherpt en overgenomen in de provinciale Structuurvisie ruimtelijke ordening en de Verordening Ruimte 2011 en 2012.

Eén reactie

  • minasblunders1

    Oké, en wat is de consequentie van deze uitspraak?

Of registreer je om te kunnen reageren.