Home

Nieuws 267 x bekeken

Q-koorts-bacterie kent vele gedaanten

Bilthoven - De kennis over de verschillende typen van de Q-koorts-bacterie Coxiella burnetii is te klein om een relatie te kunnen bewijzen tussen individuele ziektegevallen en uitbraken op geiten-, schapen- of runderbedrijven. Daarvoor is meer kennis nodig van de verschillende bacterietypen, schrijven onderzoekers van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu in een artikel in BMC Veterinary Research.

De onderzoekers komen tot de conclusie dat één type van de bacterie in Nederland overheerst en het meest aanwezig is bij patiënten, melkvee en in het milieu. Omdat die bacterie zoveel voorkomt, zijn de bestaande identificatie-onderzoeken niet nauwkeurig genoeg om een relatie te leggen tussen een besmet bedrijf en een patiënt in een bepaalde regio.

Daarbij komt dat de beschikbare gegevens afkomstig zijn van een beperkt aantal bedrijven. Er zijn veel meer bedrijven met geiten, dan de bedrijven die zijn gescreend op de Q-koorts-bacterie.

Onderzoek heeft zich toegespitst op geitenbedrijven, omdat die bedrijven al snel werden aangewezen als de meest waarschijnlijke bron van de besmettingen bij de mens.

 

Het RIVM-onderzoek richtte zich ook op de aanwezigheid van de bacterie bij ratten. Opvallend was dat ratten bij geitenbedrijven een ander type bacterie bij zich droegen dat ratten op rundveebedrijven. Eén bacterietype (E) werd gevonden op geitenbedrijven, maar alleen als er ook een ander type (A) werd aangetroffen. Het type F is uitsluitend gevonden op één melkschapenbedrijf, en niet op een geitenbedrijf of een melkveebedrijf.

Volgens de onderzoekers wijzen de gegegevens erop dat bepaalde bacterietypen een voorkeur hebben voor bepaalde gastdieren - maar om dat verband echt aan te tonen zal er meer onderzoek moeten worden gedaan.

Of registreer je om te kunnen reageren.