Home

Nieuws 429 x bekeken

Noodfonds ESM uitgelegd

Brussel - Duitsland mag, zij het onder voorwaarden, deelnemen aan het Europees Stabiliteits Mechanisme (ESM), het permanente vangnet voor zwakke eurolanden.

Dat bepaalde het Duitse Constitutionele Hof woensdag. Nu staat niets meer de vervanging van het tijdelijke steunfonds EFSF door ESM in de weg. Hieronder een puntsgewijze uitleg over het ESM.

ESM staat voor Europees Stabiliteits Mechanisme en is een noodfonds voor in financiële moeilijkheden geraakte eurolanden. Het fonds had het tijdelijke vangnet EFSF (Europees Financieel Stabiliteits Faciliteit) per 1 juli moeten vervangen. Het hof in Karlsruhe stak daar echter een stokje voor door 2 maanden de tijd te nemen om zich te buigen over klachten dat deelname aan het fonds in strijd zou zijn met de Duitse grondwet.

Het EFSF heeft een maximale leencapaciteit van 440 miljard euro. Inmiddels werd daaruit voor circa 300 miljard euro aan leningen toegezegd aan Griekenland, Spanje, Ierland en Portugal. De leencapaciteit van het ESM is 500 miljard euro.

Nederland staat onder het EFSF in totaal voor 45 miljard euro garant. Daarvan is 18,9 miljard euro toegekend aan Ierse, Portugese en Griekse steunprogramma's. Daarnaast heeft Nederland voor 3,2 miljard euro daadwerkelijk geld gestort in een bilaterale lening aan Griekenland.

Voor het ESM draagt Nederland bij volgens een verdeelsleutel van 5,7 procent, dat komt neer op 40 miljard euro. Daarvan wordt in 5 termijnen circa 4,6 miljard euro echt in het fonds gestort. De rest (circa 35,5 miljard euro) is zogeheten oproepbaar kapitaal.

Het fonds zal worden bestierd door de Duitser Klaus Regling. Hij staat nu nog aan het hoofd van het tijdelijke noodfonds EFSF. De lidstaten hebben stemrecht.

Heeft een euroland steun nodig uit het ESM dan doet het land een aanvraag, waarna onderhandeld wordt over voorwaarden. Daarbij zijn ook de Europese Commissie, Europese Centrale Bank en eventueel het Internationaal Monetair Fonds betrokken. De lidstaten moeten het volledig onderling eens zijn om met de onderhandelingen te beginnen en met het verstrekken van geld na de onderhandelingen.

Moet er echter op zeer korte termijn een besluit over steun genomen worden, bij een noodsituatie, dan hoeven de lidstaten het daarover niet unaniem eens te zijn. Een meerderheid van 85 procent is dan voldoende. Dat betekent dat als Nederland het niet eens is met het verstrekken van geld uit het fonds aan een land, maar een meerderheid wel, Nederland de procedure niet kan tegenhouden. Besluiten moeten zo sneller worden genomen. Een (klein) land kan zo niet langer een meerderheid blokkeren.

Kritiek op het fonds is er in Nederland onder meer van de Algemene Rekenkamer. De controle op het ESM is niet goed geregeld, menen de rekenmeesters.

Of registreer je om te kunnen reageren.