Home

Nieuws 147 x bekeken

WTO: verplichte herkomstbenaming VS mag niet

Washington – De VS mag voedselverwerkers niet verplichten te vermelden waar het gebruikte vlees of groenten vandaan komt. Dat heeft een panel van de wereldhandelsorganisatie WTO in hoger beroep besloten. De zaak was aangespannen door Canada en Mexico en wordt ondersteund door Amerikaanse slachterijen als Tyson Foods en Smithfield Foods.

Volgens Canada en Mexico maakten de zogeheten country-of-origin (COOL) regels, ingevoerd in maart 2009, het voor voedselverwerkers duurder om vlees of groenten van buiten de VS te verwerken. De Mexicaanse staat spreekt bijvoorbeeld van een premie van 75 euro per rund. Vaak bestaat vlees uit ingrediënten van verschillende dieren en landen.

Door de regels zien voedselverwerkers zich gedwongen verschillende productstromen te organiseren, of af te zien van de aanschaf van buitenlandse ingrediënten waaronder rundvlees, varkensvlees, lamsvlees en kippenvlees maar ook een serie groenten. Volgens de Canadian Cattleman Association kostten de regels de Canadese rundveehouderij jaarlijks 400 miljoen Canadese dollar (310 miljoen euro). De varkensindustrie, verenigd in de Canadian Pork Council, spreekt over een verlies van miljoenen.

De Amerikaanse boerenorganisaties reageren net als hun Canadese en Mexicaanse collega’s overwegend positief. De VS behoudt volgens hen het recht tot herkomstbenaming, alleen zal deze volgens hen minder specifiek zijn. Tegenover “U.S. Origin” komt een label dat wijst op de gemixte of buitenlandse afkomst van de ingrediënten, zonder specifieke landbenaming. Bovendien dreigde het conflict volgens hen Canada en Mexico vijandig te maken jegens de impost van Amerikaans rundvlees, terwijl deze markten voor rundvleesexporteurs in de VS juist essentieel zijn.

Of registreer je om te kunnen reageren.