Home

Nieuws 942 x bekeken 1 reactie

Bleker overweegt maximum omvang stal in convenant te regelen

Den Haag - Staatssecretaris Henk Bleker van landbouw overweegt om de maximale omvang van veehouderijen te begrenzen via een convenant met LTO Nederland, de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) en het Interprovinciaal Overleg (IPO).

De komende maanden gaat Bleker uitzoeken of de maximale omvang van veebedrijven op deze manier te begrenzen is. Voordeel van deze werkwijze is dat gemeenten en provincies ook het ruimtelijke instrumentarium hebben om grenzen te stellen aan veebedrijven. Daarnaast is het sneller dan via een wettelijke voorziening.

Een tweede optie voor begrenzing van veehouderijen is via een wettelijke voorziening waarin via een Algemene Maatregel van Bestuur een maximum aantal dieren per locatie kan worden gesteld. Een dergelijk wetsvoorstel is in voorbereiding. 
Op basis van diverse rapporten van onder meer Van Doorn en landbouweconomisch instituut LEI komt Bleker tot een maximum omvang van 400 tot 500 melkkoeien (inclusief jongvee) per locatie; 1.500 tot 2.000 zeugen, vleeskalveren of melkgeiten;  7.000 tot 10.000 vleesvarkens; 150.000 tot 175.000 leghennen of 200.000 tot 240.000 vleeskuikens. "De bandbreedte geeft aan dat de cijfers geen wiskundige berekeningen zijn", geeft een woordvoerder van het ministerie aan. De normen zijn landelijk en gelden alleen voor nieuwe bedrijven en niet voor bestaande bedrijven.

Op dit moment zijn in Nederland 1 procent van de melkveebedrijven, 10 procent van de zeugenbedrijven, maximaal 5 procent van de vleesvarkensbedrijven, 10 procent van de legpluimvee- en vleeskuikenbedrijven, 10 procent van de melkgeitenbedrijven en 10 procent van de vleeskalverbedrijven groter dan de norm die Bleker stelt.

Bleker vindt ongebreidelde groei van veebedrijven op een locatie niet gewenst. "Een vergaande industrialisatie in de veehouderij kan het maatschappelijk draagvlak voor de veehouderij in het algemeen vergaand ondergraven", schrijft Bleker. Hij onderkent dat de maatschappelijke onrust over de omvang en inpassing van agrarische bedrijven toeneemt, waardoor een omslag gemaakt moet worden naar zorgvuldige en duurzame veehouderij, ook als het gaat om de omvang van bedrijven.  De veehouder moet niet alleen bijdragen bij de productie van veilig voedsel, maar dat ook zo doen dat het proces veilig en acceptabel is voor de omgeving.
Bij het stellen van grenzen aan de groei speelde het economische belang van de veehouderij ook een rol voor Bleker. "De Nederlandse landbouw heeft internationaal een vooraanstaande positie en levert een belangrijke bijdrage aan de Nederlandse economie.  Om deze positie te behouden, zal bedrijfsontwikkeling en schaalvergroting voor een overgroot deel van de bedrijven binnen kaders mogelijk moeten blijven", vindt Bleker. Naast ethische overwegingen in de samenleving wordt de grens aan stallen gesteld in verband met ruimtelijke inpassing en ruimtelijk beslag, volksgezondheid, dierenwelzijn en verzorging van de dieren. Management van de ondernemer speelt hierbij ook een rol.

Eén reactie

  • veehouderij.dejong1

    Weer zo'n halfbakken tussenoplossing onder druk van de publieke opinie.

    De discussie over schaalvergroting in de veehouderij is zeer eenzijdig en kortzichtig.

    Veel beter zou zijn, te discussiereren over hoe en wat we produceren in de veehouderij. Dus stel eisen aan de wijze van produktie en aan het eindpodukt.

    Het maakt voor het dier en de omgeving niet uit, of je nou een stal voor 6000 varkens hebt of een stal voor 12000 varkens hebt.

    Het vakmanschap en ondernemerschap van de veehouder bepalen immers welke gevolgen schaalvergroting heeft voor dier, milieu en omgeving.

Of registreer je om te kunnen reageren.