Home

Nieuws 974 x bekeken

Hoogleraren: MKZ-vaststelling Kootwijkerbroek niet goed

Den Haag - Twee emeritus-hoogleraren van de universiteiten van Utrecht en Nijmegen zeggen dat de vaststelling van mond- en klauwzeer (MKZ) in Kootwijkerbroek in 2001 niet correct is.

Zij maakten hun opmerkingen tijdens een hoorzitting over de bezwaren tegen de ruiming van een groot aantal bedrijven in Kootwijkerbroek.
Hoogleraar virologie J. Galama van de Radboud Universiteit zegt dat de laboratoriumtests die tot de positefverklaring leidden "vanuit laboratorium-technisch oogpunt ondeugdelijk waren."
Galama zegt dat het erop lijkt dat de laboranten tot een postieve uitslag moesten komen, nadat ze eenmaal een eerste testuitslag hadden, waaruit een MKZ-besmetting bleek.
De hoogleraar betoogde dat bij een positieve uitslag een tweede bevestigingstest had moeten worden gedaan, waarbij gebruik gemaakt was van nieuw materiaal. Die test is - zo bleek pas vorig jaar - wel gedaan, en had een negatieve uitkomst: geen MKZ.
Emeritus-hoogleraar diergeneeskunde H. Breukink van de Universiteit Utrecht oordeelde op basis van de beschreven klinische verschijnselen bij het besmet verklaarde kalverbedrijf, dat het niet voor de hand ligt dat er sprake was van MKZ. "De Rijksdienst voor de keuring van Vee en Vlees heeft de klinische verschijnselen achteraf ernstiger doen lijken dan ze waren", aldus Breukink.
Annemarie Bouma van het Centraal Veterinair instituut (CVI) weersprak de conclusie van Breukink dat bij het ontbreken van duidelijke klinische verschijnselen een MKZ-besmetting onwaarschijnlijk is. Zij wees op de loop van de besemtting op het eerste bedrijf in Oene waar de verschijnselen bij kalveren niet of nauwelijks werden waargenomen. Daarna is nog een dierproef gedaan waarbij ook bleek dat kalveren elkaar niet heel goed besmetten, ook al was er fysiek contact tussen de dieren.
De hoorcommissie van het ministerie verwacht binnen twaalf weken uitspraak te doen.

Of registreer je om te kunnen reageren.