Home

Nieuws 542 x bekeken 1 reactie

Risico's vaak niet bekend op agrarische kinderopvang

's-Hertogenbosch - Het beleid bij dierziekteuitbraken en de risico’s op veehouderijen met een neventak is niet altijd bekend bij de veehouders. Dit blijkt uit een studie van de GGD Hart Van Brabant onder 20 veehouders met agrarische kinderopvang.

Agrarische kinderopvang als neventak op een veehouderijbedrijf is populair, maar brengt naast positieve effecten ook risico’s met zich mee met betrekking tot milieu, veiligheid en dierziektes. Omdat GGD-en hier veel vragen over krijgen is begin dit jaar een inventarisatie gedaan onder 20 veehouders die agrarische kinderopvang op het bedrijf aanbieden. Het project is samen met de VAK (Verenigde Agrarische Kinderopvang), NVWA, ZLTO en RIVM uitgevoerd.
Sandra van Dam van GGD Hart voor Brabant heeft het project geleid en stelt dat er verschillende risico’s voor de kinderen zijn die op een veehouderijbedrijf worden ondergebracht. “Hierbij moet je denken aan fijnstof, endotoxinen, landbouwvoertuigen en de opslag van bestrijdingsmiddelen. Maar zoönoses vormen ook een steeds groter risico, omdat de kinderen ook vaak in de stallen komen”, aldus Van Dam. De grootste zoönose-risico’s hierbij liggen in de E.coli, salmonella en campylobacter-bacteriën, die darmproblemen bij de kinderen kunnen veroorzaken. Het bleek dat veel veehouders niet goed op de hoogte waren van deze risico’s.
Uit de studie kwam ook naar voren dat veel locaties met agrarische kinderopvang geen keurmerk hebben van bijvoorbeeld de Gezondheidsdienst voor Dieren (zoönose-keurmerk) of van de Stichting Kinderboerderijen Nederland (SKBN). “De agrarische kinderopvanglocaties die zijn aangesloten bij de VAK hebben wel allemaal verplicht een zoönose-keurmerk, maar niet alle locaties zijn lid van de VAK. Daarnaast geldt het keurmerk voornamelijk voor schapen- en geitenbedrijven als gevolg van de Q-koorts. Maar wij adviseren ook dat melkvee-, varkens - en pluimveebedrijven met neventak dit keurmerk aanvragen”, zegt Van Dam.
De GGD Hart voor Brabant gaat nu, samen met de VAK en ZLTO, een lespakket en folders ontwikkelen om de eigenaren van de agrarische kinderopvanglocaties te informeren over de risico’s en het beleid rondom dierziekteuitbraken. Dit zal in september 2012 klaar zijn en zal worden verspreid naar alle GGD-en in Nederland. Ook worden er op korte termijn gesprekken gevoerd met het ministerie van ELI over de aankomende herziening van de draaiboeken rondom uitbraken van dierziektes bij agrarisch kinderopvanglocaties.
De 20 onderzochte bedrijven liggen in Brabant. Nederland telt in totaal 209 veehouderijbedrijven met agrarische kinderopvang (CBS cijfers uit 2011).

Eén reactie

  • hilda

    Hoeven recreatieparken waar grote groepen verwilderde katten leven dan geen keurmerk
    Het risico op ziekteverspreiding is hier minstens even groot ,maar niemand durft hier iets over te zeggen

Of registreer je om te kunnen reageren.