Home

Nieuws 207 x bekeken laatste update:21 mrt 2012

Economisch belang agrocomplex daalt, exportwaarde groeit

Den Haag – De bijdragen van het agrocomplex aan de nationale toegevoegde waarde en werkgelegenheid zijn tussen 2004 en 2009 gedaald. Het belang van de sector voor de Nederlandse exporten en de handelsbelans is wel gegroeid.

Dat blijkt uit een overzichtstudie van het landbouweconomisch instituut LEI. Het agrocomplex was in 2009 goed voor 10 procent van de Nederlandse economie en 10,4 procent van de banen. In 2004 lagen beide percentages op 12 procent. Binnen de sector is de grondgebonden veehouderij met afstand de belangrijkste sector, gevolgd door de intensieve veehouderij en de tuinbouw.
De Nederlandse grondgevonden veehouderij, met name melkveehouders, zijn in 2009 goed geweest voor bijna 30 procent van de toegevoegde waarde, tegen 23 procent voor de intensieve veehouderij en 21 procent voor de glastuinbouw en 18 procent voor de akkerbouw.
De exportwaarde nam tussen 2004 en 2009 toe van 31,2 tot 38,2 miljard euro. De importwaarde steeg minder hard, van 20,3 tot 25,6 miljard euro. Het agrocomplex was in 2009 goed voor 15 procent van het totale handelssaldo, tegen 14 procent in 2004.

Of registreer je om te kunnen reageren.