Home

Nieuws 368 x bekeken

Veenkoloniale Commissie zet zichzelf aan het werk

Ter Apelkanaal – De Commissie Landbouw Veenkoloniën heeft met het uitbrengen van een advies ook een opdracht aan zichzelf gegeven. De acht leden van de commissie zullen de komende maanden concrete acties ondernemen. Een daarvan is een gerichte noordelijke lobby op het Europees landbouwbeleid.

Doel van de noordelijke lobby is om de financiële terugval door de invoering van de flat rate zo geriefelijk mogelijk te maken. Aike Maarsingh, Jakob Bartelds en Willem de Zeeuw nemen het op zich om te zorgen dat de gevolgen van de Europese hervormingen voor de Veenkoloniën beperkt blijven.
Geld is er op dit moment nog niet, zo liet commissievoorzitter Rudy Rabbinge donderdagavond tijdens de presentatie van zijn rapport in Ter Apelkanaal weten. Maar hij denkt wel dat vanuit de provincie Groningen, van het rijk en vanuit Europa gelden beschikbaar komen, om te zorgen dat de Veenkoloniën niet in een financieel dal zullen wegzakken.
Rabbinge zegt dat hij en zijn commissie geprobeerd hebben de lichtpunten te zien in het gebied waarover de afgelopen decennia talloze rapporten zijn verschenen, waar het pessimisme van afdroop. ”Het beeld uit die rapporten klopt niet”, zegt Rabbinge. ”Maar de bestaande dynamiek moet wel een impuls krijgen. Er is in de Veenkoloniën geloof en vertrouwen in de groene economie.”
Rabbinge noemt de sterke punten van het gebied: de grootschaligheid, de lichte grond met veel bewerkbare dagen, de ruimte voor bedrijfsontwikkeling, de goede aansluiting bij internationale transportassen, de bestaande nauwe samenwerking tussen industrie en kennisinstellingen en de coöperatieve organisatiestructuur.
Maar er is ook verbetering nodig: de gewasopbrengsten moeten wel 50 tot 70 procent per hectare stijgen. ”Als we dat verstandig doen, produceren we met minder middelen per eenheid product, beter voor het milieu en minder gebruik van het land, zodat er ruimte is voor andere landbouwactiviteiten”, zegt Rabbinge. ”Als we er dan in slagen een product te maken dat ook nog de volksgezondheid ten goede komt, is er sprake van een win-win-win-situatie.”
Er moet samenwerking komen tussen plantaardige en dierlijke sectoren – niet alleen binnen bedrijven, maar vooral tussen bedrijven, vindt Rabbinge. LTO Noord-voorman Hilbrand Sinnema, zelf lid van de commissie en teler van zetmeelaardappelen, werkt in zekere zin al samen. ”Ik ruil met veehouders mijn grond om optimaal te kunnen produceren.” Sinnema zegt dat het belang van de Veenkoloniën, niet alleen als het gaat om de productie van zetmeelaardappelen, maar ook om de bietenproductie niet moet worden onderschat. De Veenkoloniën behoren tot de belangrijkste suikerleveranciers. ”Als de Veenkoloniën er niet waren geweest, hadden de suikerfabrieken de afgelopen herfst niet kunnen doordraaien.”
Sinnema zegt dat de Commissie-Rabbinge heel bewust zich zelf een vervolgopdracht heeft gegeven. ”We hebben snel gewerkt. Het rapport ligt binnen drie maanden op tafel. Maar het zal ons niet overkomen dat dit rapport op de stapel met andere rapporten beland. Wij maken hier werk van.”

Of registreer je om te kunnen reageren.