Home

Nieuws 545 x bekeken

Tot 29 procent broeikasgassen uit voedselproductie

Montpellier – Voedselproductie is verantwoordelijk voor 19 tot 29 procent van de totale door mensen veroorzaakte uitstoot van broeikasgassen. Dat schrijft CGIAR, een internationaal consortium van onderzoeksinstellingen met focus op de landbouw, waaronder Oxford University en Columbia University. Het genoemde maximum komt meer dan twee keer zo hoog uit als een eerdere berekening van de Verenigde Naties (VN).

In het rapport Climate Change and Food Systems wordt voor het effect van de voedselproductie ook gekeken naar het kappen van regenwoud voor bijvoorbeeld sojateelt, transport van voeding en de uitstoot bij de productie van kunstmest. De VN ging alleen uit van de productie op het land en de verwerking. Volgens onderzoeksleider Bruce Campbell past die benadering niet, omdat sprake is van een voedselcrisis, geen landbouwcrisis.
Het effect van de kap van regenwoud is niet onomstreden omdat volgens critici betrouwbare data nauwelijks voorhanden zijn en dus vertrouwd wordt op schattingen van overheden en niet-gouvernementele organisaties (NGO’s). Het is een factor die met name een rol lijkt te spelen in Brazilië waar de sojateelt en veehouderij uitbreiden en in Indonesië, waar de druk op het milieu door de snelle groei van palmolieplantages steeds verder toeneemt.
De uitstoot vanuit het voedingscomplex, 17.000 megaton per jaar, versnelt klimaatverandering. Verschillende landen hebben verschillende opties om de uitstoot tegen te gaan. Zo kan China volgens de rapporteurs de kunstmestsector nog drastisch moderniseren terwijl Groot-Brittannië minder schapen zou kunnen houden en juist zou moeten vertrouwen op importen vanuit hoogproductief Nieuw-Zeeland.
Volgens Campbell moet de landbouw zich instellen op andere klimatologische omstandigheden. Volgens het rapport nemen de opbrengsten van aardappelen, tarwe, mais en rijst in veel landen af door klimaatverandering. Landen worden voor een dilemma gesteld: ze kunnen opbrengsten op peil houden door de toepassing van meer irrigatie maar de beschikbaarheid van zoetwater is beperkt en de landbouw gebruikt reeds 70 procent van de hoeveelheid water.
Boeren kunnen schakelen naar andere gewassen zoals gierst, gerst en ogenbonen. Zo is gerst beter bestand tegen een verhoogd zoutgehalte in water en een combinatie van hitte en droogte. Deze omschakeling, met name relevant in ontwikkelingslanden waar het klimaat sterk verslechterd voor de landbouw, vergt volgens de rapporteurs wel een culturele omschakeling. Zo is eerder gebleken dat Kenianen moeilijk een substituut van mais, een combinatie van cassave en gierst, kunnen accepteren.

Of registreer je om te kunnen reageren.