Home

Nieuws 677 x bekeken

Efsa: BSE-test kan soepeler

Parma - De verplichte test van dieren bij de noodslacht en de destructie is in Nederland voldoende om BSE te ontdekken, als dat eens op de 100.000 dieren voorkomt. Dat concludeert de Europese Voedselveiligheidsautoriteit Efsa in een rapport over BSE-tests.

Nederland behoort met België, Denemarken, Frankrijk, Duitsland Ierland, Spanje en het Verenigd Koninkrijk tot de Europese lidstaten, waar zou kunnen worden volstaan met het testen van nood-slachtdieren en destructie-dieren.

In vijf lidstaten (Oostenrijk, Finland, Italië, Polen en Zweden, zou nog een deel van de gezond geslachte dieren boven de 72 maanden moeten worden getest, om met een zekerheid van 95 procent te kunnen waarborgen dat een besmetting wordt gevonden bij 1 op de 100.000 dieren.

In twaalf andere lidstaten (Cyprus, Tsjechië, Estland, Griekenland, Hongarije, Letland, Litouwen, Luxemburg, Malta, Portugal, Slowakije en Slovenië) was het aantal tests in 2011 bij dieren ouder dan 72 maanden niet voldoende om de zelfde zekerheid te hebben. In sommige gevallen zou volgens het door de Efsa ontwikkelde model het aantal geteste dieren echter hoger moeten zijn dan het aantal dieren dat jaarlijks geslacht wordt. Dat is niet haalbaar, constateert de Efsa. Het huidige regiem is daar het best haalbare systeem.

Uit de gegevens van de Efsa komt duidelijk naar voren dat het aantal BSE-gevallen afneemt en dat tegelijkertijd de besmette dieren steeds ouder zijn bij de vaststelling. Volgens de Efsa kan worden aangenomen dat de neergaande trend in het aantal gevallen een gevolg is van de maatregelen die aan het begin van deze eeuw zijn genomen om BSE te voorkomen. Vorig jaar werden nog 27 gevallen van BSE vastgesteld in zes lidstaten, bij een gemiddelde leeftijd van 14,7 jaar.  In 2001, het eerste jaar van de verplichte BSE-test werden 2.157 gevallen geregistreerd in veertien lidstaten, waarbij de gemiddelde leeftijd van de getroffen koeien lag op 7,0 jaar.

Of registreer je om te kunnen reageren.