Home

Nieuws 1561 x bekeken

Pachtersvoordeel moet worden bepaald op moment sluiten koop

De Hoge Raad beslist dat de hoogte van een pachtersvoordeel moet worden bepaald op het moment dat de koop gesloten wordt. Het tijdstip van een latere juridische levering is niet bepalend.



Kort samengevat is de uitspraak van de Hoge Raad de volgende:

Een akkerbouwer exploiteert een akkerbouwbedrijf op - onder meer - van de Dienst Domeinen gepachte grond. Op 29 juni 1998 dient hij bij de verpachter een aanvraag in tot aankoop van twee kavels. Op 27 augustus 1998 vindt een taxatie plaats. Daarbij is de waarde van de kavels in verpachte staat op € 751.455 getaxeerd. Partijen gaan ervan uit dat de waarde vrij van pacht op die datum € 1.291.045 heeft bedragen. Op 4 februari 1999 volgt een schriftelijk aanbod tot koop voor een bedrag van € 751.455, welk aanbod hij op 22 februari 1999 aanvaardt. Op 23 februari 1999 ontvangt de verpachter het door de akkerbouwer voor akkoord ondertekende aanbod retour. Partijen zijn het er over eens dat op laatstgenoemde datum de waarde vrij van pacht van de kavels € 1.365.528 is. De grond wordt op 19 maart 1999 aan de akkerbouwer geleverd. In het jaar 2001 heeft hij de kavels verkocht en geleverd aan een derde en heeft hij zijn akkerbouwbedrijf beëindigd.

Voor het hof was in geschil op welk tijdstip het pachtersvoordeel moet worden bepaald. Volgens het hof moet het pachtersvoordeel worden vastgesteld op 23 februari 1999, toen de koopovereenkomst - door aanvaarding van het aanbod - tot stand kwam. De akkerbouwer komt in cassatie. De Hoge Raad overweegt dat het hof bij zijn oordeel ervan uitgegaan is dat het pachtersvoordeel niet kan worden aangemerkt als een (vrijgestelde) waardeverandering en verder dat bij een aankoop door de pachter van de door hem gepachte grond de landbouwvrijstelling niet eerder van toepassing is dan nadat het gehele risico van waardeverandering van de grond is overgegaan op de pachter. Dit risico is niet eerder overgegaan op de akkerbouwer dan op het tijdstip van sluiten van de koopovereenkomst, door het hof vastgesteld op 23 februari 1999. Volgens de Hoge Raad geeft het oordeel van het hof geen blijk van een onjuiste rechtsopvatting. Het beroep in cassatie is ongegrond.

Meer informatie: Hoge Raad, 20 januari 2012, nummer 11/01593, LJN: BV1401



Of registreer je om te kunnen reageren.