Home

Nieuws 404 x bekeken

Geen naheffing overdrachtsbelasting bij vestiging glastuinbouwbedrijf

Een BV is geen overdrachtsbelasting verschuldigd voor de aankoop van grond waarop een glastuinbouwbedrijf uitgeoefend gaat worden. De levering is belast met omzetbelasting en niet met overdrachtsbelasting. De naheffing en boete vervallen.

Kort samengevat is de uitspraak van het Hof Den Haag de volgende:

Een BV koopt van drie verschillende personen een perceel bouwrijp gemaakt tuinland. Hierop wordt door de BV een glastuinbouwbedrijf gevestigd. Verkopers A en B oefenden er vóór de sluiting van de koopovereenkomst zelf een glastuinbouwbedrijf uit en hebben de opstallen vóór de levering aan de BV verwijderd. Verkoper C had de verkochte percelen in gebruik als landbouwgrond zonder opstallen en heeft de percelen in die staat geleverd. Bij de verkrijging beroept de BV zich op de vrijstelling voor bouwterrein (artikel 15-1-a Wet BRV) en heeft slechts € 3.750 aan overdrachtsbelasting voldaan. In geschil is de naheffingsaanslag overdrachtsbelasting ad € 70.731 en de vergrijpboete van 25 procent.

Rechtbank Den Haag vernietigt de boete ambtshalve vanwege het pleitbare standpunt van de BV. De naheffing is wel terecht, omdat de percelen bij drie verschillende verkopers in gebruik waren en kadastraal afzonderlijk waren geregistreerd. Er was dus sprake van drie fysiek gescheiden onroerende zaken die zich voor zelfstandig gebruik leenden. De BV heeft dus ten onrechte de vrijstelling geclaimd. Vervolgens gaat de BV in hoger beroep.

Hof Den Haag oordeelt dat de naheffing niet terecht is, omdat op de levering van de percelen van C de bouwgrondvrijstelling wel van toepassing is. De levering van deze percelen was namelijk niet vrijgesteld van btw-heffing. In de nabijheid van de percelen zijn vóór de levering namelijk een sloot en greppels gedempt. Daarmee zijn de percelen geschikt geworden om, samen met de overige percelen, één terrein te vormen waarop zou kunnen worden gebouwd. Ten tijde van de levering was dus sprake van één terrein. Dit terrein moet worden aangemerkt als een bouwterrein in de zin van artikel 11-1-a en b Wet OB 1968. Het beroep van de BV is gegrond.

Of registreer je om te kunnen reageren.