Home

Nieuws 365 x bekeken

Vergoeding voor spuitvrije zone is nagekomen bedrijfsbate

Een fruitteler krijgt een vergoeding voor het aanhouden van een spuitvrije zone. De vergoeding van 85.000 euro wordt ontvangen nadat zij uit de vof is getreden. Volgens de rechtbank Den Haag is de vergoeding aan te merken als een nagekomen bedrijfsbate.

Kort samengevat is de uitspraak van de rechtbank Den Haag de volgende:

Een fruitteelster (moeder), haar echtgenoot en twee zoons waren de vennoten van een v.o.f. waarbinnen een fruitteeltbedrijf werd uitgeoefend. De daarbij gebruikte tuinbouwgrond behoorde tot het buitenvennootschappelijke bedrijfsvermogen van de echtgenoot die op 13 mei 2005 een gesprek had met een BV over de verkoop van 650 m². Daarbij werd onder meer overeengekomen dat de verkoper na levering van de grond een spuitvrije zone zou aanhouden. De koper zou € 65.000 betalen voor de grond en € 85.000 voor het aanhouden van de spuitvrije zone.

De echtgenoot overleed op 9 februari 2006. Moeder trad toen uit de v.o.f. en sindsdien behoort de grond tot haar privévermogen. De levering van de 650 m² tuinbouwgrond vond uiteindelijk plaats in april 2007 en toen ontving zij de koopprijs en de vergoeding voor de spuitvrije zone. In haar aangifte over 2007 heeft zij de vergoeding niet vermeld en bij het vaststellen van de aanslag is daarmee ook geen rekening gehouden.

Na een boekenonderzoek heft de inspecteur inkomstenbelasting na over de vergoeding. In geschil is of dit terecht is. De rechtbank oordeelt dat in 2005 tussen de echtgenoot en de koper een verbintenisscheppende overeenkomst onder opschortende voorwaarden tot stand is gekomen. De vergoeding behoort daarom tot de winst van de binnen de v.o.f. gedreven onderneming. Omdat het niet in strijd is met goed koopmansgebruik winstneming uit te stellen tot op het moment dat de opschortende voorwaarde is vervuld, moet de vergoeding worden aangemerkt als een nagekomen bedrijfsbate uit de onderneming van de v.o.f., die moet worden aangemerkt als winst uit onderneming over het jaar 2007 van de vennoot aan wie de vergoeding is toebedeeld. Dit is moeder. De rechtbank oordeelt verder dat er kan worden nagevorderd omdat de na te heffen belasting meer bedraagt dan 30 procent van de ingevolge de belastingwet verschuldigde belasting. Het beroep is wel gegrond in verband met een onjuiste verrekening van verliezen.

Meer informatie: LJN: BR6834, Rechtbank 's-Gravenhage, nummer AWB 10/9140

Of registreer je om te kunnen reageren.