Home

Nieuws 1296 x bekeken

Tweede pachtersvoordeel, geen HIR of ruilarresten

Voor een verder doorschuiven van de passiefpost ontstaan door een doorgeschoven pachtersvoordeel bestaat geen aanleiding volgens Hof Den Haag. Het pachtersvoordeel is geen activum. Daarom zijn de ruilgedachte, de ruilarresten en het regime van de herinvesteringsreserve niet van toepassing. Het 2e pachtersvoordeelbesluit is bij vervreemding van de grond buiten de familiekring niet van toepassing.

Kort samengevat is de uitspraak van Hof Den Haag de volgende:

Een veehouder is in 1993 als firmant toegetreden tot de vof die zijn vader, A, en zijn oom, B, vanaf 1970 exploiteren. A en B hebben destijds hun onderneming in de vof ingebracht, met uitzondering van de onroerende zaken. Deze werden verpacht aan de vof. Op de onroerende zaken rusten zogenaamde "eerste" pachtersvoordelen. Deze voordelen zijn ontstaan, aangezien A en B de grond destijds als pachters konden kopen voor een prijs beneden de waarde in vrije staat. Eind 2000 wordt de oude vof ontbonden. Het erfperceel wordt verkocht aan de zoon/neef en zijn echtgenote. De zoon/neef koopt de percelen weiland. De pachtersvoordelen van respectievelijk € 16.283 en € 179.110 zijn op verzoek en onder voorwaarden doorgeschoven (zie Besluit 4 december 2000, nr. CPP2000/2075M). In 2002 worden de onroerende zaken verkocht aan de provincie en wordt de vof van de zoon/neef en zijn echtgenote op een andere locatie voortgezet.

In geschil is of de passiefpost van het doorgeschoven - inmiddels tweede - pachtersvoordeel in 2002 conform de voorwaarden van het Besluit in verband daarmee tot de winst moet worden gerekend. Rechtbank ’s-Gravenhage oordeelt bevestigend. De veehouder gaat in hoger beroep. Hof Den Haag oordeelt dat het pachtersvoordeel geen activum is waarop de ruilgedachte, de ruilarresten en het regime van de herinvesteringsreserve van toepassing kunnen zijn. De veehouder heeft zich voorts uitdrukkelijk verbonden aan de voorwaarden van de doorschuiffaciliteit van het Besluit die los staat van goed koopmansgebruik. De aldus ontstane rechtssituatie ligt geheel buiten het domein van goed koopmansgebruik. Hij doet daarom vergeefs een beroep op het continuïteitsbeginsel als beginsel daarvan. De faciliteit van het besluit wordt terecht slechts verleend zolang de grond waarop het pachtersvoordeel rust tot het ondernemingsvermogen van de verkrijger binnen de familiekring behoort. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard.




Of registreer je om te kunnen reageren.