Home

Nieuws 399 x bekeken

LLC melkveehouder niet transparant

Een Amerikaanse LLC, opgericht naar het recht van Ohio is geen transparant lichaam volgens de Hoge Raad. Gevolg: de HIR gevormd bij de verkoop van het Nederlandse melkquotum kan niet worden afgeboekt op de aankopen in de Verenigde Staten.

Kort samengevat is de uitspraak van de Hoge Raad de volgende:
Een agrarisch ondernemer drijft een melkveebedrijf. In 1999 verkoopt hij melkquotum. Voor de daarbij behaalde winst vormt A een herinvesteringsreserve (HIR). In 2002 richt hij belanghebbende (X bv) op. Hij brengt daarbij zijn melkveebedrijf in. Zijn zoon heeft in 2001 een Limited Liability Company (LLC) naar het recht van de staat Ohio (VS) opgericht. Eind 2002 verwerft vader een belang van 98% in de LLC met de bedoeling om haar HIR aan te wenden. Hiertoe is in de operating agreement van de LLC een bepaling opgenomen die de aansprakelijkheid van de leden van de LLC uitbreidt. Volgens vader leidt dit er namelijk toe dat de LLC fiscaal transparant is. De inspecteur staat afboeking op de HIR niet toe omdat de LLC volgens hem niet transparant is.

Rechtbank Arnhem oordeelt dat de LLC fiscaalrechtelijk gezien niet transparant is. De rechtbank overweegt hierbij dat de onderneming van de LLC eigendom is van de LLC. Ook stelt de rechtbank vast dat volgens de statuten van de LLC de schulden, verplichtingen en aansprakelijkheden van de LLC alleen de LLC aangaan en de leden niet persoonlijk aansprakelijk zijn. Het gelijk is aan de inspecteur. Hof Arnhem oordeelt dat de leden van de LLC alleen maar tot het door hen ingelegde vermogen aansprakelijk zijn. Het hof overweegt daarbij dat het opnemen van de extra bepaling in de operating agreement van de LLC niet bewerkstelligt dat de aansprakelijkheid wordt uitgebreid. Tussen partijen is dan niet langer in geschil dat de LLC voor Nederlandse fiscale doelen niet transparant is. Het hof bevestigt de uitspraak van de rechtbank. De Hoge Raad oordeelt dat het hof terecht als uitgangspunt heeft genomen dat beslissend is in hoeverre de leden volgens het van toepassing zijnde vennootschapsrecht aansprakelijk zijn voor de schulden van de LLC. Volgens de Hoge Raad heeft het hof terecht geoordeeld dat volgens het op de LLC toepasselijke vennootschapsrecht de leden slechts aansprakelijk zijn tot het bedrag van hun inleg en dat de extra bepaling in de operating agreement niet afdoet aan de vennootschapsrechtelijke beperkte aansprakelijkheid van de leden. De Hoge Raad bevestigt de uitspraak van het hof.

Of registreer je om te kunnen reageren.