Home

Nieuws 1050 x bekeken 1 reactie

Boer en tuinder veranderen in specialisten

In de eerste helft van de vorige eeuw waren de meeste landbouwbedrijven nog gemengd: een beetje veehouderij, een beetje akkerbouw. Na de Tweede Wereldoorlog nam de specialisatie een grote vlucht. Kleine tuinders met verschillende gewassen maakten plaats voor grote glascomplexen met hetzelfde gewas. Veehouders richtten zich op één specifieke tak, van vleeskuikenouderdieren tot de gerobotiseerde melkveehouderij.

De landbouwparagraaf van de Partij voor de Arbeid in de jaren vijftig verkondigde al: de boer moest zo rationeel mogelijk produceren. De politieke koers kwam uit de koker van de man die het gezicht van de Nederlandse en Europese landbouw in hoge mate heeft bepaald: Sicco Mansholt.
De geboren Groninger moest niets hebben van de keuterboertjes met enkele koeien en versnipperd liggende akkerbouwpercelen.

De schrijver Frank Westerman constateerde in zijn boek De Graanrepubliek dat Mansholt het liefst – in de geest van zijn grootvader en ouders – alle Nederlandse cultuurgrond in één keer had genationaliseerd. Dat was in Nederland niet haalbaar. Maar wat wel kon was de sanering van de kleine bedrijven, met de belofte dat de blijvers een redelijk inkomen zouden verwerven.

Mansholt had één belangrijk doel: de voedselproductie moest omhoog, ter ondersteuning van het grote ideaal dat er nooit meer oorlog zou zijn in Europa.
Boeren verdienden in Mansholts ogen een redelijk loon voor het werk dat ze deden, en hij probeerde dat nationaal en later Europees te regelen met garantieprijzen en inkomensondersteuning.

Daarmee legde hij de basis voor de schaalvergroting. De gemiddelde bedrijfsomvang steeg spectaculair en wat daar nog bij kwam was dat de gemenge bedrijven allengs verdwenen en de agrarisch ondernemer zich specialiseerde op akkerbouw, op veehouderij of op tuinbouw. Later gingen de specialisaties verder: tot en met de gespecialiseerde bedrijven die zich toeleggen op het grootbrengen van vleeskuikenmoederdieren, het trekken van witlofpennen of het broeien van tulpen.

Mansholt kende de wetten van de schaalvergroting die ook nu nog opgaan. Schaalvergroting biedt tal van voordelen, zowel op bedrijfsniveau als voor de sector als geheel en zelfs voor het land als exportnatie.

Het systeem dat Mansholt hanteerde moest echter vroeg of laat stuklopen. Garantieprijzen voor graan, suiker en melk, stimuleerden de productie veel meer dan de minister had gedacht. En uiteindelijk zou in Europa de wal het schip keren toen door de burger gefinancierde landbouwproducten met extra subsidie moest worden afgezet op de wereldmarkt, omdat het anders de koelhuizen uit zou drijven of de graansilo’s onder de druk zouden bezwijken.

De schaalvergroting heeft ontwikkelingen in gang gezet, die een halve eeuw geleden nog ondenkbaar waren. Toen stond de melkmachine nog aan het begin van haar ontwikkeling, nu is de melkrobot gemeengoed geworden in de melkveehouderij.

Schaalgrootte is in de afgelopen jaren steeds sterker in discussie gekomen, waarbij het dan vooral ging om de intensieve veehouderij. Het landbouweconomisch instituut van Wageningen Universiteit en Researchcentrum (LEI) publiceerde eerder dit jaar een uitgebreide studie over de effecten van schaalvergroting in met name de veehouderij en de glastuinbouw.

Schaalvergroting en specialisatie hebben een aantal effecten gehad. Verdergaande automatisering is daarvan een voorbeeld, maar ook de inschakeling van vreemde arbeid op het bedrijf is ermee toegenomen. Met name verschillende tuinbouwsectoren zijn daarvan een voorbeeld, maar ook in de intensieve veehouderij is de inzet van vreemde arbeid steeds normaler geworden.

Grotere bedrijven hebben over het algemeen lagere kosten en hogere opbrengsten. Maar naarmate de schaal groter wordt, neemt het extra voordeel af, laat het LEI zien. Opvallend is dat het antibioticagebruik – een maatschappelijk relevant onderwerp – op grotere melkveebedrijven groter is dan op kleine. Lang niet alle grote bedrijven zijn in staat de gezondheidsstatus zo te managen dat het antibioticagebruik niet hoger is dan op kleinere bedrijven.

De gezondheid van dieren op grotere bedrijven is gemiddeld eerder beter dan slechter op kleinere bedrijven, constateert het LEI desalniettemin. Al is de tendens om steeds minder koeien te laten grazen op grotere bedrijven een minpunt.

De schaal heeft in de glastuinbouw geleid tot grote aaneengesloten gebieden die geheel onder glas liggen. Daar is schaalvergroting op bedrijfsniveau eigenlijk alleen mogelijk door het bedrijf van de buurman over te nemen.

Nederlandse bedrijven in de glastuinbouw, de melkveehouderij, de pluimveehouderij en de varkenshouderij zijn over het algemeen groter van omvang dan de Europese collega-bedrijven. In de melkveehouderij zijn bedrijven in Denemarken en het Verenigd Koninkrijk groter.
De schaalvergroting heeft ontegenzeggelijk effect op de structuur van de bedrijven. Zijn het nu nog min of meer gezinsbedrijven, dat zal in de toekomst steeds meer veranderen.

Specialisatie op het bedrijf zal naar verwachting nog toenemen, door een verdergaande differentiatie naar de markten waarvoor geproduceerd wordt. De melkveehouder van de toekomst legt zich mogelijk toe op vooral grondstoffen voor peutervoeding of voeding voor ouderen; tuinders maken nu al meer en meer producten, bestemd voor specifieke regionale markten.
De verdergaande ontwikkeling maakt van de boer en tuinder een specialist.

Foto

Eén reactie

  • no-profile-image

    bert12

    De agrarische tak gaat zich ook relatief minder bezighouden met industriele food productie, los van het feit dat voedselschaarste gaat ontstaan. Food krijgt een bredere betekenis: mensen zullen hun voedsel dus op een andere manier willen verkrijgen. hetzij door zelf zelfs een actievere rol te spelen in de productie, hetzij door het voedsel te betrekken op plaatsen die niet alleen voeding als maagvulling aanbieden: de beleving eromheen en de productbeleving wordt steeds belangrijker om voedsel 'uit te leggen'.

Of registreer je om te kunnen reageren.