Home

Nieuws 205 x bekeken

Trage inspecteur vist achter het net

De inspecteur is te langzaam met het opleggen van een aanslag successierecht. Volgens Europese rechtspraak moet een inspecteur een aanslag met voortvarendheid opleggen. Ruim zes maanden stilzitten is te lang volgens de rechtbank. € 700.000 aan buitenlandse bezittingen worden niet belast.

iKort samengevat is de uitspraak van rechtbank Haarlem de volgende:
Op 5 mei 2002 is erflaatster overleden. Belanghebbende is haar dochter en enig erfgenaam. Uit het onderzoek dat de inspecteur had gedaan, bleek dat erflaatster slechts een woning ter waarde van € 79.865 bezat, waarop een rentedragende schuld van € 54.430 rustte. De inspecteur besloot geen aanslag op te leggen. In 2007 nam de adviseur van belanghebbende contact op met de inspecteur om mede te delen dat belanghebbende ook nog ongeveer € 700.000 aan vermogensbestanddelen die hoofdzakelijk in Engeland waren ondergebracht, had geërfd. Op 16 december 2008 is de naheffingsaanslag successierecht opgelegd. De inspecteur blijkt tussen 4 februari 2008 en 18 augustus 2008 geen andere handelingen te hebben verricht dan het registreren en het intern doorzenden van de aangifte successierecht naar een gespecialiseerde medewerker.

Een dergelijke periode van nagenoeg stilzitten, brengt volgens de rechtbank de conclusie mee, dat de inspecteur niet voldoende voortvarend is geweest met het opleggen van de navorderingsaanslag. Volgens het HvJ EU (11 juni 2009, C-155/08 en C-157/08, Passenheim-van Schoot, is de verlengde navorderingstermijn van art. 16, lid 4, AWR in strijd met het EU-recht, indien de navorderingsaanslag niet met redelijke voortvarendheid wordt vastgesteld nadat bekend is geworden dat er buitenlandse vermogensbestanddelen zijn. Daarom kan de inspecteur geen beroep doen op de verlengde navorderingstermijn, maar ook in dit geval niet op interne compensatie. Het beroep wordt vervolgens gegrond verklaard.

Of registreer je om te kunnen reageren.