Home

Nieuws 73 x bekeken

Pijnpunten nieuw Europees landbouwbeleid liggen in details

Brussel – De 27 Europese lidstaten zijn het op hoofdlijnen met elkaar eens over de invulling van het nieuwe gemeenschappelijke landbouwbeleid (GLB). Maar op detailniveau verschillen de meningen sterk.

Dat blijkt tijdens een interparlementaire conferentie over de toekomst van het GLB in Brussel, waarbij naast leden van de Europese Commissie ook landbouwvertegenwoordigers van de nationale parlementen van de lidstaten vertegenwoordigd zijn.

Alle lidstaten vinden dat het nieuwe landbouwbeleid de verduurzaming en het groener worden van de sector moeten stimuleren. Daarnaast moet de land- en tuinbouw in Europa concurrerend kunnen opereren en moet het nieuwe beleid goed te verantwoorden zijn bij boeren, maar zeker ook bij burgers. De lidstaten zijn het eens dat het huidige betalingssysteem, gebaseerd op het verleden, in het nieuwe beleid niet meer moet worden toegepast. De premie moet gaan naar actieve land- en tuinbouwbedrijven, en eerlijker worden verdeeld tussen lidstaten en in lidstaten zelf.

Op deze hoofdlijnen zijn de lidstaten het eens. Maar over de uitwerking hiervan verschillen de lidstaten behoorlijk van mening, zo blijkt tijdens de discussie.. Zo vinden de nieuwe lidstaten dat ze gelijk moeten worden behandeld met de oude lidstaten, Ze willen niet dat de premies in 2016, maar al in 2014 gelijk worden getrokken.

Ook over de term ’vergroening’ verschillen de lidstaten van mening. De over het algemeen groenere landen, zoals Oostenrijk en Luxemburg, vrezen dat de opname van de voorwaarden voor natuurbeheer in de directe betaling aan boeren, zal leiden tot minder stimulans om verder te vergroenen dan de basisnorm. Oostenrijk kent een sterke biologische landbouw. Oost-Europese lidstaten vrezen juist dat de opname van groene eisen zal leiden tot stoppers, omdat hun landbouw eerst nog de slag naar professionele landbouw moet maken, voordat ze aandacht kunnen geven aan vergroening.

Of registreer je om te kunnen reageren.