Home

Nieuws 517 x bekeken

Landbouwvrijstelling pas van toepassing bij meer dan 90% gebruik in landbouwbedrijf

De landbouwvrijstelling is pas van toepassing als de grond geheel of nagenoeg geheel (=90%) in een landbouwbedrijf wordt gebruikt. Het hof had in haar eerdere uitspraak een andere norm aangehouden (70% gebruik in het landbouwbedrijf). Omdat het hof van een verkeerd uitgangspunt is uitgegaan verwijst de Hoge Raad de zaak naar een nieuw hof. Dit nieuwe hof moet gaan oordelen of de grond al dan niet voor meer dan 90% in het landbouwbedrijf wordt gebruikt.

Kort samengevat is de uitspraak van de Hoge Raad de volgende:
Belanghebbende exploiteerde in 2000 een veehouderij aan de a-straat te Z. Op 31 mei 2000 heeft hij een tot zijn ondernemingsvermogen behorend perceel grond (hierna: het perceel) verkocht met een recht van gebruik voor 73 maanden. Op grond van een met de inspecteur gesloten compromis is de behaalde bestemmingswijzigingswinst (voorwaardelijk) onder de landbouwvrijstelling gerangschikt. In 2003 heeft belanghebbende grond, een woning en bedrijfsgebouwen verworven aan de b-straat te Z en is hij op die locatie een ‘paarden-opfok, africht en pensionstal’ gestart. De bedrijfsactiviteiten bestonden onder meer uit een stoeterij. Het perceel werd in 2003 en 2004 gebruikt voor verschillende (agrarische) doeleinden. Volgens de inspecteur werd het perceel na 31 december 2002 buiten het kader van het landbouwbedrijf aangewend en moet de bestemmingswijzigingswinst op grond van het compromis alsnog in 2000 worden belast. Daarom heeft hij nagevorderd. In cassatie is niet meer in geschil dat de stoeterij kan worden aangemerkt als een landbouwbedrijf in de zin van de landbouwvrijstelling. Niettemin is de landbouwvrijstelling volgens de minister niet van toepassing omdat het perceel vanaf 1 januari 2003 werd aangewend buiten het kader van een landbouwbedrijf. Voor de toepassing van de landbouwvrijstelling is vereist, aldus de Hoge Raad, dat een perceel grond geheel of nagenoeg geheel wordt aangewend in het kader van het landbouwbedrijf. Het hof heeft dat miskend, aangezien het hof voor zijn oordeel dat de landbouwvrijstelling voor het perceel van toepassing is, is uitgegaan van de opvatting dat daartoe voldoende is dat het perceel hoofdzakelijk dienstbaar is aan een landbouwbedrijf. De Hoge Raad verwijst de zaak voor beoordeling van de vraag of het perceel vanaf 1 januari 2003 geheel of nagenoeg geheel werd aangewend in het kader van het landbouwbedrijf. Het cassatieberoep wordt vervolgens gegrond verklaard.

Of registreer je om te kunnen reageren.