Home

Nieuws 84 x bekeken

Inzet Oost-Europese werknemers in Nederland blijft stijgen

Voorburg - Het aantal medewerkers uit Oost-Europese lidstaten stijgt dit jaar net zo snel als voor de economische crisis. Dat blijkt uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).



In maart van dit jaar waren er 125.000 werknemers uit Oost-Europa aan het werk in Nederland. Dat is 24.000 meer dan in maart 2010 en 37.000 meer dan in maart 2009.

In 2009 leek het aantal werknemers uit Oost-Europa door de economische crisis te stagneren.
De werknemers uit Midden- en Oost-Europa die in Nederland actief zijn, zijn gemiddeld 33 jaar oud. Tweederde is man en van de werknemers is ongeveer een kwart ingeschreven in een Nederlandse gemeente.

Het aantal werknemers uit Roemenië en Bulgarije, waarvoor tewerkstellingsvergunningen moeten worden afgegeven, nam tot maart gestaag toe. In 2007 waren er gemiddeld 3.000 Roemenen en Bulgaren werkzaam in Nederland. In 2010 steeg dat naar gemiddeld 4.500. In maart 2011 stonden 5.000 Roememen en Bulgaarse werknemers geregistreerd. Sinds de aanscherping van het beleid voor het verstrekken van tewerkstellingsvergunningen neemt dit echter af. Uit cijfers van het UWV blijkt dat het aantal vergunningen voor Roemenen en Bulgaarse werknemers is gehalveerd. Het CBS kan dit nog niet met cijfers bevestigen. Minister Henk Kamp van Sociale Zaken en Werkgelegenheid vindt dat voor de arbeid eerst Nederlandse of andere Europese werknemers moeten worden ingezet.

Kamp presenteerde in april een voorstel waarin Oost-Europeanen zonder uitzicht op werk, terug moeten. De maatregelen zijn in de praktijk vooral gericht op Polen zonder werk. De Poolse minister van Economische Zaken Waldemar Pawlak vindt deze plannen onverstandig. Hij vreest dat andere landen het ook zullen gaan doen, waardoor het Europese systeem van vrij personenverkeer uit elkaar kan vallen.

Of registreer je om te kunnen reageren.