Home

Nieuws 309 x bekeken

Helft zeugenhouders in problemen met groepshuisvesting

Gent – De omschakeling naar groepshuisvesting in Vlaanderen verloopt nog steeds moeizaam. Nauwelijks twee jaar voor de deadline van 2013, huisvest slechts 36 procent van de Vlaamse zeugenhouders de drachtige zeugen in groep en heeft slechts 13 procent concrete plannen om tegen 2013 om te schakelen.

”Voor heel wat bedrijven lijkt de verplichte omschakeling te leiden tot stopzetting van de biggenkweek”, stelt ILVO.

Het Instituut voor Landbouw en Visserij (ILVO) peilt sinds 2003 in samenwerking met de faculteit Diergeneeskunde van de UGent en de Afdeling Duurzame Landbouwontwikkeling (ADLO) van de Vlaamse landbouwadministratie om de twee jaar bij de Vlaamse zeugenhouders naar het proces van omschakelen van individuele huisvesting naar groepshuisvesting. In 2011 werden 248 geldige enquêtes afgenomen bij zeugenhouders.

Daaruit blijkt dat de gemiddelde zeugenstapel toenam van 116 zeugen in 2003 tot 183 zeugen in 2011. Het aandeel varkenshouders dat zeugen in groepshuisvesting houdt, steeg van 10,5 procent in 2003 tot 36 procent dit jaar. Het aantal zeugen dat in groep gehuisvest is, ligt hoger (49 procent). Dat komt omdat vooral de grotere bedrijven al zijn omgeschakeld. Nauwelijks 13 procent van de ondervraagde zeugenhouders geeft aan concrete plannen te hebben om tegen 2013 om te schakelen.

De voornaamste reden waarom de overige 51 procent van de respondenten nog geen plannen heeft om de huisvesting aan te passen, was omdat ze onvoldoende investeringsruimte hebben. Sommige zeugenhouders blijken ook niet open te staan voor groepshuisvesting. Daarnaast waren de onzekerheid over hoe het bedrijf evolueert en het geloof dat individuele huisvesting rendabeler is, eveneens belangrijke hinderpalen.

Toen deze zeugenhouders werden gevraagd naar hun toekomstplannen gaf 42 procent aan nog te zullen omschakelen en 24 procent zal stoppen met het houden van zeugen en doorgaan met alleen vleesvarkens. Zo’n 17 procent heeft te kennen gegeven te stoppen met varkenshouderij en zich toe te leggen op een andere economische activiteit, 11 procent zal op pensioen gaan tegen 2013 en de overige 6 procent weet nog niet wat de toekomst zal brengen. De stopzetting van de zeugenhouderij heeft bij de overgrote meerderheid (92%) te maken met het verbod op individuele huisvesting.

De helft van de groepshuisvestingssystemen wordt ondergebracht in een nieuwbouw, de andere helft gaat om een verbouwing. Het meest gebruikte type groepshuisvestingssysteem in Vlaanderen is de voederligbox met uitloop (49 procent), gevolgd door drop-/trog-/vloervoedering (21 procent), elektronische voederstations (10 procent), onbeperkte voedering (10 procent) en gefaseerde voederverdelers zonder dierherkenning (6 procent) en met dierherkenning (1 procent).

De investeringskost en de gezondheid en het welzijn van de zeugen zijn de belangrijkste drijfveren om voor een bepaald huisvestingssysteem te kiezen. Daarnaast volgen zoötechnische resultaten, de hoeveelheid arbeid en de werkingskosten. Het type arbeid en de bewezen degelijkheid van het systeem waren minder doorslaggevend. Varkenshouders die hun zeugen nu al in groep huisvesten, tonen zich over het algemeen matig tevreden over het gekozen systeem.

Nieuw aan de bevraging van 2011 was dat aan alle zeugenhouders werd gevraagd of ze een voorkeur hadden voor groepshuisvesting of eerder voor individuele huisvesting. Slechts 22 procent van de ondervraagden had een voorkeur voor groepshuisvesting. Wel is dat percentage aanzienlijk hoger voor wie al overgeschakeld is (44 procent). Van wie dit nog niet gedaan heeft, gaf slechts 8 procent aan een voorkeur te hebben voor groepshuisvesting. ”Onbekend maakt onbemind”, concluderen de onderzoekers van het ILVO.

”Zeugenhouders die nog moeten omschakelen, doen dit vaak met tegenzin. Ze kiezen massaal voor voederligboxen met uitloop waardoor dit in Vlaanderen het dominante huisvestingssysteem voor zeugen lijkt te worden. Het aantal varkenshouders lijkt door deze verplichte omschakeling nog sneller dan voordien te zullen afnemen, terwijl de gemiddelde bedrijfsomvang zal stijgen. Mogelijk moet er een nieuw evenwicht tot stand komen tussen vraag en aanbod van biggen en vleesvarkens”, aldus nog ILVO.

Of registreer je om te kunnen reageren.