Home

Nieuws 126 x bekeken

Bedrijf lang genoeg voortgezet

Het landbouwbedrijf wordt meer dan tien jaar na de overdracht voortgezet door de zoon. De vrijstelling voor de successiewet blijft daarom van toepassing. De inspecteur slaagt niet in zijn poging om aan te tonen dat de onderneming al eerder is beëindigd.

Kort samengevat is de uitspraak van rechtbank Haarlem de volgende:
Per 1 mei 2000 heeft belanghebbende het aandeel van zijn vader in hun gezamenlijke maatschap overgenomen. De vader heeft een deel van de overdrachtsprijs aan belanghebbende geschonken (tot een bedrag van € 411.918). Bij beschikking van 15 augustus 2002 is aan belanghebbende voorwaardelijke kwijtschelding alsmede uitstel van betaling voor het schenkingsrecht verleend. Destijds moest een onderneming in geval van schenking tien jaar worden voortgezet, wilde de schenkingsrechten definitief kwijtgescholden kunnen worden. Belanghebbende verzoekt de inspecteur in 2008 (dus voor de 10-jaarsperiode) om definitieve kwijtschelding. Dit weigert de inspecteur. Verder is de inspecteur van mening dat de onderneming in 2007 is gestaakt en wordt de voorwaardelijke kwijtschelding ingetrokken. Partijen verschillen van mening over het moment van staking van de onderneming.

Hoewel belanghebbende in 2008 heeft aangegeven dat hij structurele verliezen lijdt sinds de overname en hij vanwege een geestelijke handicap minder in staat is de benodigde werkzaamheden uit te voeren, is de exploitatie van het akkerbouwgedeelte en het slachtvee voortgezet tot mei 2010. Het moment van staking wordt bepaald door objectieve omstandigheden en niet door de subjectieve bedoeling van de belastingplichtige. Derhalve zijn de mededelingen van belanghebbende in 2008 niet bepalend voor het moment van staking. De inspecteur heeft voorts zijn stelling, dat de door belanghebbende verrichte werkzaamheden in de onderneming onvoldoende zouden zijn om een objectieve winstverwachting te rechtvaardigen, niet onderbouwd met concrete gegevens. De rechtbank is van oordeel dat de inspecteur de voorwaardelijke kwijtschelding ten onrechte heeft ingetrokken op basis van de grond dat de onderneming in 2007 gestaakt zou zijn. De beschikking tot intrekking van de voorwaardelijke kwijtschelding wordt vernietigd. Ten overvloede merkt de rechtbank op dat belanghebbende aan de eis, dat de onderneming ten minste gedurende tien jaar vanaf het moment van schenking wordt voortgezet, heeft voldaan.


Of registreer je om te kunnen reageren.