Home

Nieuws 339 x bekeken

Landbouwforfait na premie PVV en verzekeringspremie?

Den Haag - In het langdurige proces over de vraag of bij de berekening van het landbouwforfait in de omzetbelasting al dan niet rekening moet worden gehouden met de premie PVV en verzekeringspremie is een nieuwe stap gezet. De Advocaat-Generaal Van Hilten heeft advies uitgebracht aan de Hoge Raad.

Kort samengevat is de aan de Hoge Raad voorgelegde zaak de volgende:

Belanghebbende exploiteert een slachterij. In november 2004 heeft zij 32 varkens gekocht van een veehouder die gebruik maakt van de landbouwregeling in de omzetbelasting. Op grond van de landbouwregeling heeft belanghebbende recht op aftrek van een percentage van het haar in rekening gebrachte bedrag. Dit aftrekbare percentage wordt doorgaans aangeduid als landbouwforfait. De vraag in deze procedure is of een heffing van het Productschap Vee en Vlees (hierna: PVV, respectievelijk PVV-heffing) en een premie van het Centraal Bureau Slachtvarkens-verzekeringen (verder: CBS respectievelijk CBS-premie) deel uitmaken van het in rekening gebrachte bedrag. Belanghebbende meent dat het landbouwforfait zich uitstrekt tot deze heffing en deze premie (€ 3.315,10 + € 42,24). De minister stelt zich op het standpunt dat het landbouwforfait niet over deze bedragen berekend moet worden (€ 3.315,10).

De rechtbank stelde belanghebbende in gelijk, Hof Den Haag de Inspecteur. Het Hof overwoog dat de PVV-premie en CBS-premie kosten zijn die opkomen bij belanghebbende. Dat belanghebbende deze kosten afwentelt op de leverancier doet daaraan niet af. Voorts overwoog het Hof dat de mate waarin de heffing en de premie worden verrekend of afgewenteld, niet voortvloeit uit een overeenkomst tot het verrichten van een prestatie door belanghebbende jegens de leverancier. Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld.

A-G Van Hillten bespreekt allereerst de PVV-heffing en CBS-premie. Voort bespreekt de advocaat-generaal de toepassing van het landbouwforfait en de achtergrond van deze regeling. De advocaat-generaal concludeert dat landbouwforfait wordt ‘losgelaten’ op de prijs van de door de landbouwer geleverde goederen. A-G Van Hilten concludeert dat voor de toepassing van het landbouwforfait in aanmerking te nemen ‘in rekening gebrachte bedrag’ het netto door belanghebbende aan de varkenshouder uitbetaalde bedrag (€ 3.315,10) is en niet € 3.315,10 + € 42,24. De heffing en de premie behoren namelijk niet tot de kostprijs van de landbouwer, maar zijn een kostenelement die – populair gezegd – de slachter meeweegt bij de prijs die hij bereid is voor de varkens te betalen.

Deze uitkomst doet volgens de advocaat-generaal recht aan het doel van de landbouwregeling. De advocaat-generaal geeft de Hoge Raad in overweging het beroep in cassatie van belanghebbende ongegrond te verklaren

Klik hier voor meer informatie.

Of registreer je om te kunnen reageren.