Home

Nieuws 179 x bekeken

LEI bezorgd over mestoverschot

Den Haag – Het aandeel van de agrarische sector in de milieubelasting is nog altijd hoog. Dat concludeert het landbouweconomisch instituut LEI in het Landbouw Economisch Bericht. ”Het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen is gedaald, maar de beleidsdoelen worden nog niet gehaald”, zegt Petra Berkhout van het LEI.

De Ammoniakuitstoot in Nederland is net onder het emissieplafond. Hoewel de fosfaat- en stikstofoverschotten per hectare afnemen, dreigt in 2013 een fosfaatoverschot van 23,5 miljoen kilo. Voor stikstof is er geen overschot.

Het fosfaatoverschot is berekend op basis van de mestproductie in 2009 en de gebruiksnormen van 2013. Hierbij is rekening gehouden met de huidige lopende initiatieven van mestverwerking. Het totale fosfaatoverschot bedraagt ongeveer 50 miljoen kilo, maar hiervan wordt nu ook al een deel via mestverwerking of export buiten de Nederlandse landbouw afgezet.

Harry Luessink van het LEI verwacht niet dat de huidige initiatieven voor mestverwerking en vermindering van fosfaat in het veevoer het overschot kan wegnemen. ”Er zijn al geruime tijd veel initiatieven voor mestverwerking. Maar er komt maar heel weinig van de grond. Ik ben bang dat de sector de mestverwerking niet kan betalen. Het risico van mestverwerking is heel groot. Alles hangt af van de prijs. De enige oplossing is dat er mestverwerking komt voor 10 tot 15 euro per kuub varkensmest. Dan kan het concurreren met de afzet in de akkerbouw”, aldus Luessink.

Als het fosfaatoverschot niet wordt verminderd, zullen er minder varkens gehouden moeten worden, voorziet de onderzoeker. Het probleem van het mestoverschot ligt bij de varkenshouderij, omdat deze sector vrijwel volledig afhankelijk is van mestafzet. Dit in tegenstelling tot de melkveehouderij, die een groot deel van de mest op eigen grond kan aanwenden.

Het overschot, 23,5 miljoen kilo fosfaat, komt overeen met de helft van de totale fosfaatproductie in de varkenshouderij.

Of registreer je om te kunnen reageren.