Home

Nieuws 139 x bekeken

'Iras-rapport mag niet tot vertraging leiden'

's-Hertogenbosch - De Brabantse Raad Gezondheid en het Brabants Kennisnetwerk Zoönosen vinden dat het Iras-rapport over de relatie tussen de volksgezondheid en intensieve veehouderij niet tot vertraging mag leiden.

In een brief aan het provinciebestuur zegt directeur Mariet Paes van de provinciale Raad Gezondheid en voorzitter van het kennisnetwerk zoönosen dat het onderzoek een eerste belangrijke verkennende bijdrage levert aan de nog ontbrekende kennis over de gezondheidsrisico’s van de aanwezigheid van intensieve veehouderij. Maar tegelijk plaatst ze kanttekeningen ondermeer over dat het onderzoek op onderdelen zeer beperkt is. Zo werd bij niet meer dan vier bedrijven onderzoek gedaan naar de uitstoot van fijnstof en de aanwezigheid van micro-organismen en endotoxinen (gifstoffen). Op basis van het Iras-onderzoek was geen relatie te leggen tussen gezondheidsklachten en de aanwezigheid van intensieve veehouderijbedrijven, maar evenmin kon die relatie worden uitgesloten, zegt Paes.

Het onderzoek kan een belangrijke bijdrage leveren aan de discussies over de intensieve veehouderij, zegt Paes, die daar aan toevoegt dat bij de verdere ontwikkeling van het agrarisch gebied rekening moet worden gehouden met de uitkomsten en aanbevelingen.

Verder onderzoek is nodig, maar geen argument om maar af te wachten. "De nog steeds bestaande ziektelast van vele Q-koortspatiënten in Noord-Brabant doordringen ons van het feit, dat er proactief gehandeld moet worden en nieuwe infecties voorkomen dienen te worden."

Of registreer je om te kunnen reageren.