Home

Nieuws 328 x bekeken

Topigs komt met een voermanual

Heelweg – Zeugenhouders moeten zeugen gaan wegen en ook spekdikte meten om daarmee gerichter te kunnen voeren.

Fokkerij-organisatie Topigs is druk bezig om een zogenoemde ’voermanual’ te ontwikkelen voor Topigs 20 en Topigs 40 zeugen. Een voemanual is een richtlijn voor de voeding van opfokzeugen tot en met oudereworps zeugen. Het doel van de het voeradvies is om nauwkeuriger en efficiënter de zeugenstapel te voeren. Doel van het voeradvies is om niet alleen de resultaten van de zeugen te verbeteren, maar ook in de mesterij. Dit deelde Chris Opschoor van Topigs mee op de kennisavond van Varkens K.I. Nederland in Heelweg (Gld.).
Om elke individuele opfokzeug, gelt en zeug goed te kunnen voeren moet de zeugenhouder veel meer aan verzameling van gegevens gaan doen. Om exact te kunnen voeren moeten zeugenhouders de dieren vaak wegen en de spekdikte meten. Opschoor hierover: ”Zeugenhouders zouden er eens goed over na moeten denken hoe zij gemakkelijk hun dieren zouden kunnen wegen”.

Streefgewichten bekend
Volgens Topigs moeten opfokzeugen bij de eerste inseminatie op 8 maand 140 tot 150 kilo wegen. Aan het eind van de dracht moet een gelt tussen 200 en 210 kilo wegen. Tijdens de lactatie mag een zeug tussen 25 en 30 kilo aan gewicht verliezen. Een volwassen zeug moet rond de 250 kilo wegen en bereikt dit gewicht na de vierde worp.
De voermanual moet uiteindelijk leiden tot een advies op maat voor de eiwit- en energieopname voor de dracht en zoogperiode.

Onderzoek ’second litter’
Lia Hoving van varkens K.I. Nederland doet een promotie-onderzoek naar het zogenoemde ’second litter’ syndroom. Hiermee wordt bedoeld de slechtere vruchtbaarheidsresultaten na de eerste worp. De oorzaak ligt mogelijk in het feit dat een eersteworpszeug in de vroege dracht nog volop bezig is met het conditieherstel na de eerste worp én dat deze periode zeer belangrijk is voor een goede embryonale ontwikkeling. In het onderzoek zijn twee groepen met verschillende voergiften met elkaar vergeleken. De proefgroep kreeg in dag 2 tot en met dag 32 2,5 kilo voer. Vervolgens dag 33 tot en met 35 2,8 kilo. De andere groep kreeg extra voer. In de eerste 32 dagen 3,25 kilo, dag 33 3,1 kilo, dag 34 2,95 en dag 35 2,8 kilo. Daarna was het voerschema gelijk voor beide groepen.

De groep met hoge voergift leverde twee biggen meer op. Echter het afbigpercentage was 13,2 procent lager. Verder onderzoek is dus nog nodig.

Martin ten Hooven

Of registreer je om te kunnen reageren.