Home

Nieuws 215 x bekeken

Bouwleges windturbine lager

Arnhem - De waarde van de generator, de tandwielkast en overige inpandige onderdelen van een windturbine horen niet tot de grondslag voor de berekening van de bouwleges. De aanslag bouwleges moet daarom fors worden verlaagd.

Kort samengevat is de uitspraak van rechtbank Arnhem de volgende:

Een BV vraagt bij de gemeente Buren een bouwvergunning aan voor de bouw van vier windturbines. De bv gaat uit van de werktuigenvrijstelling en raamt de totale bouwkosten op een bedrag van € 4.000.000. De heffingsambtenaar raamt de bouwkosten op € 12.000.000 en legt op basis van deze bouwkosten een aanslag bouwleges op van € 90.950,60. In geschil is of de aanslag tot het juiste bedrag is opgelegd. Het geschil spitst zich toe op de vraag welke onderdelen van een windturbine behoren tot de inrichtingskosten en niet tot de bouwkosten.

De rechtbank Arnhem oordeelt dat de inpandige onderdelen van de windturbines zoals de generator en de tandwielkast behoren tot de bedrijfsinstallaties en gerekend worden tot de inrichtingskosten. De rotorbladen met toebehoren daarentegen moeten wel als bouwkosten worden aangemerkt omdat deze het bouwwerk zelf betreffen en van belang zijn voor de ruimtelijke toepassing. Dit heeft tot gevolg dat de totale bouwkosten verlaagd moeten worden naar € 7.897.400.

De rechtbank verwerpt het beroep van de heffingsambtenaar op interne compensatie omdat niet aannemelijk is dat de heffingsambtenaar is uitgegaan van te lage kosten per windturbine. Het beroep van de BV wordt vervolgens gegrond verklaard.

Of registreer je om te kunnen reageren.