Home

Nieuws 208 x bekeken

Vrijgestelde kavelruil ondanks voortgezet gebruik

Ondanks voortgezet tijdelijk eigen gebruik is de kavelruil vrijstelling in de overdrachtsbelasting van toepassing.

Kort samengevat is de uitspraak van Hof Arnhem de volgende: X bv is voor eenvierde deel firmant in vof A. De firmanten van de vof zijn ieder voor eenvierde deel aandeelhouder in B bv. Deze bv heeft haar rechten op levering van ruim 40 hectare landbouwgrond overgedragen aan A vof.

De vof sluit in juli 1999 een overeenkomst van vrijwillige kavelruil met de betreffende partijen. Twee daarvan dragen de gronden over aan vof A onder het beding dat zij de gronden nog tenminste 6 jaar respectievelijk 73 maanden agrarisch mogen gebruiken. Bij de verkrijging in september 1999 beroept vof A zich op de landinrichtingsvrijstelling van art. 15-1-l van de Wet BRV.

In 2004 is een naheffingsaanslag overdrachtsbelasting opgelegd aan vof A en een vergrijpboete van 25 procent. Rechtbank Arnhem oordeelt dat X bv aan de goedkeuring van de kavelruil door de Dienst Landelijk Gebied (DLG) het in rechte te beschermen vertrouwen ontleent dat de vrijstelling van toepassing is. De inspecteur stelt in hoger beroep dat de Belastingdienst zelfstandig beoordeelt of de vrijstelling van toepassing is.

Hof Arnhem oordeelt dat een vrijgestelde kavelruil ook mogelijk is als één of meer partijen zich een tijdelijk recht van gebruik voorbehouden . De andersluidende stelling van de inspecteur vindt namelijk geen steun in het recht. Ruilverkavelingen kunnen grote veranderingen met zich brengen.

Aangenomen moet worden dat bedrijven geruime tijd moet worden gegund zich aan die veranderingen aan te passen. X bv beroept zich terecht op paragraaf 34 van de destijds nog geldende Toelichting op de Wet BRV 1970, onderdeel overdrachtsbelasting, die slechts goedkeuring door de DLG vereist. Het beroep van de inspecteur is ongegrond.

Of registreer je om te kunnen reageren.