Home

Nieuws 183 x bekeken

Model geeft meer inzicht in hoe te handelen na ziekte-uitbraak

Arnhem – Thomas Hagenaars van het Centraal Veterinair Instituut in Lelystad heeft een model ontwikkeld dat de kans van infectie van een dierziekte berekent op basis van afstand tussen bedrijven.

Hij presenteerde dit op het congres van Epizone, dat deze week wordt gehouden in Arnhem. Dit model geeft meer inzicht in de maatregelen die moeten worden genomen na een uitbraak.

Epizone is een netwerk van experts op het gebied van diagnostiek en controle van epidemische dierziektes. Op het jaarlijkse congres presenteerde Hagenaars een transmissiemodel voor een aantal uitbraken van mond- en klauwzeer (2001), hoogpathogene vogelpest (2003) en klassieke varkenspest (1997). Ook is door Hagenaars en zijn team een vergelijking gemaakt tussen deze drie uitbraken wat betreft de risico’s van besmettingen tussen bedrijven en de mogelijkheden van controle en de inzet van noodvaccinaties.

Het risico dat een virus zich verspreidt hangt af van een aantal factoren, legde Hagenaars uit. ”Dit zijn de afstand afhankelijke verspreidingskans, de verspreiding van de boerderijdichtheid en de generatietijd van de infectie.” Deze informatie wordt gebruikt om de effectiviteit van de getroffen maatregelen te meten.

Uit de berekeningen van Hagenaars bleek dat op langere afstanden, risico’s op verspreiding hoger zijn bij hoogpathogene vogelpest dan bij de andere twee onderzochte ziektes. ”Dit betekent dus dat bij een uitbraak meer bedrijven, in een grotere straal rondom de infectiebron een risico lopen”, zei Hagenaars. ”In ons model hebben we gewerkt met de waarde ’kritische bedrijfsdichtheid’, een waarde die kan worden gebruikt om het aantal nieuwe geïnfecteerde bedrijven in te schatten.”

De onderzoeker stelde ook vragen bij de huidige Europese regels rondom de maatregelen die na een ziekte-uitbraak moeten worden genomen. ”Een vervoersverbod en hygiënemaatregelen die de EU voorschrijft zijn niet altijd voldoende om verdere verspreiding van de ziekte tegen te gaan”, benadrukte Hagenaars. ”In sterk geïnfecteerde gebieden moeten we aanvullende maatregelen nemen zoals ringvaccinatie.”

Uit onderzoek met het model blijkt dat ringvaccinatie in een straal van 5 kilometer rondom het besmette gebied het meeste effect heeft. ”Dan kan de reproductieratio (R-waarde) – het aantal dieren of bedrijven dat besmet wordt door een besmet dier of bedrijf – het snelste onder 1 duiken. Een waarde lager dan 1 is nodig om de epidemie te stoppen.”

Hagenaars concludeerde uit zijn model dat er voor vogelpest twee intensieve gebieden in Nederland zijn die aanvullende maatregelen moeten treffen bij een uitbraak zoals ruiming van de dieren. Lokale maatregelen zijn dan dus niet voldoende.

Of registreer je om te kunnen reageren.