Home

Nieuws 133 x bekeken

Termijn HIR melkquotum voor investering in Amerika niet verlengd

Voor de winst op melkquotum is in 2000 een herinvesteringsreserve (HIR) gevormd. Deze HIR valt volgens de Hoge Raad in navolging van het hof Den Bosch in 2004 vrij.

Kort samengevat zijn de uitspraken van de Hoge Raad en het Hof Den Bosch de volgende:
Belanghebbende heeft in 2000 zijn melkquotum verkocht en de boekwinst aan een HIR toegevoegd. Per 31 december 2004 is een gedeelte van de HIR nog niet aangewend voor een vervangende investering en de inspecteur voegt het restant toe aan de winst. Belanghebbende stelt dat gelet op de bijzondere aard van het bedrijfsmiddel zij meer tijd nodig had om tot een herinvestering te komen. De inspecteur betwist het bijzondere karakter van het afgestoten bedrijfsmiddel en het Hof is met de inspecteur van mening dat de aard van het bedrijfsmiddel met zich meebrengt dat een langere duur dan vier jaar noodzakelijk is om tot vervanging te komen. Belanghebbende heeft voorts niet aannemelijk gemaakt dat zij voor 31 december 2004 al een begin van uitvoering had gemaakt met aanschaf of voortbrenging van het vervangend bedrijfsmiddel. De overeenkomst van juni 2006 acht het Hof niet een voortzetting van de onderhandelingen uit 2000, nog afgezien van het feit dat deze overeenkomst in ieder geval tot het moment van de mondelinge behandeling voor het Hof in 2009 nog niet tot een concrete herinvestering had geleid. Het beroep is ongegrond. Wel wordt de uitspraak van de rechtbank vernietigd, omdat ten onrechte de rechtbank niet heeft geoordeeld over de verliesbeschikking en de heffingsrentebeschikking. Deze beroepen had de rechtbank niet-ontvankelijk moeten verklaren.

Of registreer je om te kunnen reageren.