Home

Nieuws 215 x bekeken

Kootwijkerbroek hoopt op finale ontknoping

Den Haag – De mond- en klauwzeertests in 2001 rechtvaardigen niet de besmetverklaring in Kootwijkerbroek. De conclusies die uit de tests zijn getrokken, worden niet ondersteund door de testuitslagen. Dat stelt Lau Jansen van de Stichting Onderzoek MKZ crisis Kootwijkerbroek.

Jansen zal dat betoog vrijdag voeren tijdens de hoorzitting op initiatief van het ministerie van ELI, waar de besmetverklaring in Kootwijkerbroek een belangrijke rol speelt. In essentie gaat de zaak over het besluit van de toenmalige Rijksdienst voor de keuring van Vee en Vlees (nu Voedsel en Waren Autoriteit) om Kootwijkerbroekse bedrijven verdacht te verklaren, de dieren te vaccineren en vervolgens te ruimen.

Het College van Beroep heeft in 2009 uitgesproken dat de geruimde bedrijven onvoldoende inzage hebben gehad in de onderliggende stukken, om zich te kunnen overtuigen van de juistheid van de beslissing.

De rechter heeft het ministerie opgedragen de procedure opnieuw te doen. De hoorzitting daarover is het begin van een nieuwe rechtsgang, die nog zeker twee jaar kan duren. Lau Jansen zei begin deze week, naar aanleiding van opmerkingen dat het tijd wordt een punt te zetten achter deze zaak, dat het eigenlijk nu pas begint.

Staatssecretaris Henk Bleker hecht eraan dat de procedure zorgvuldig wordt doorlopen en dat het uiteindelijk aan de rechter is tot een oordeel te komen. ”En met die uitkomst zullen we het moeten doen”, aldus Bleker.

Toch staat de bewindsman open voor de instelling van een onderzoekscommissie. Daarmee herhaalt de geschiedenis zich. Zijn partijgenoot en voorganger Cees Veerman deed in 2003 zelf een vergeefse poging om met de instelling van een onafhankelijke commissie de impasse te doorbreken. Bleker zal dat initiatief niet nemen. Maar als uit Kootwijkerbroek een goed voorstel komt, staat hij daarvoor open.

In 2003 liep het spaak omdat de Stichting Onderzoek MKZ crisis Kootwijkerbroek een heel andere insteek had bij de onderzoekscommissie dan het departement. De minister wilde de kernvraag beperken tot de juistheid van de MKZ-diagnose, maar gaf de onderzoekscommissie wel de toegang tot alle gewenste informatie.

De Stichting Onderzoek MKZ crisis Kootwijkerbroek wilde zelf ook toegang tot de informatie, en wilde de mogelijkheid om leden van de onafhankelijke onderzoekscommissie gedurende het proces te vervangen. Bovendien ging het de stichting niet alleen om de juistheid van de vaststelling van MKZ, maar ook over de vraag of de bestrijdingsmaatregelen terecht zijn geweest.

Veerman vond onder meer die aanvullende verlangens van de stichting onacceptabel, omdat daarmee de onafhankelijkheid van de commissie in het geding zou komen.

Of registreer je om te kunnen reageren.