Home

Nieuws 163 x bekeken 1 reactie

CTGB: verband bijensterfte en middelen onbewezen

Wageningen – Een verband tussen bijensterfte en het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen is onbewezen. Dat zegt Bart Bosveld, directeur van het College voor de Toelating van Gewasbeschermingsmiddelen, de CTGB.

Bosveld reageert op een rapport van de Verenigde Naties (VN) waarin het tegendeel wordt beweerd.

In het rapport van de VN wordt de toename van de bijensterfte toegeschreven aan het gebruik van insecticiden maar ook andere factoren als onprofessionele imkers en de varroa-mijt. In Nederland zijn de laatste jaren twee keer meer bijenvolkeren omgekomen dan normaal.

In november 2009 tekenden 40.000 Nederlanders een petitie ”Stop de Bijensterfte”, deels ingegeven door toxicoloog Henk Tennekes, die op basis van eigen onderzoek een verband tussen bijensterfte en insecticiden veronderstelt. Volgens Bosveld is de toelating van middelen in Nederland echter ”zorgvuldig en veilig.”

Neonicotinoïden is een verzamelnaam voor verschillende door de Europese Commissie beoordeelde en toegelaten werkzame stoffen die worden toegepast in insecticiden. In de EU zijn zeven neonicotinoïden toegelaten. Uit laboratoriumstudies blijkt volgens Bosveld dat drie daarvan potentieel een gevaar vormen voor honingbijen: clothianidin, imidacloprid en thiamethoxam.

Voor middelen op basis van deze werkzame stoffen zijn daarom veldstudies verplicht. Daarnaast zijn er speciale regels. Het is bijvoorbeeld verboden deze middelen tijdens de bloei van gewassen toe te passen, aldus Bosveld. Er zijn ook onder meer speciale eisen gesteld aan zaaimachines voor mais, zodat het stof tijdens het zaaien naar de grond wordt geblazen en niet in de lucht.

Eén reactie

  • B bob

    Bart Bosman rot gelukkig op CTGB dus is er een kans voor de bijen om toch beschermd te worden tegen de chemische industrie

Of registreer je om te kunnen reageren.