Home

Nieuws 1573 x bekeken

Crediteuren failliete Wolff verliezen bijna € 4 miljoen

Apeldoorn – Na bijna 14 jaar komt de afwikkeling in zicht van het faillissement van slachterij Wolff in Twello. Na vele rechtszaken en procedures is curator Hylke Brandsma aan afrekenen toe.

Maandag 7 februari is er een verificatievergadering bij de rechtbank in Zutphen. Daar wordt formeel vastgesteld welke vorderingen er nog zijn. Brandsma hoopt voor de zomer de zaak af te handelen en de schuldeisers hun deel te geven.

Voor de schuldeisers blijft er weinig geld over. Het laatste openbare verslag aan de rechter-commissaris meldt een saldo op de boedelrekening van ruim 2,2 miljoen euro. De crediteuren hebben volgens datzelfde verslag in totaal nog 6,4 miljoen euro tegoed. De helft van het beschikbare geld gaat naar de preferente crediteuren. Dat zijn overheden, fiscus, en dergelijke. Concurrente crediteuren, zoals handelaren die vee leverden, komen als laatsten aan de beurt. Zij krijgen slechts een klein deel van wat ze tegoed hadden.
Genoemd verslag dateert van vorig najaar. Latere gegevens van de curator zelf melden een iets grotere reserve, waardoor het verlies voor betrokkenen iets onder de 4 miljoen uit zou komen. Oorspronkelijk bedroegen de vorderingen van 8 miljoen euro. Dat bedrag is later naar beneden bijgesteld. Er zaten dubbelingen in en twee groepen crediteuren hebben tussentijds geld uitgekeerd gekregen, aldus de curator. Het gaat bij Wolff om drie faillissementen: Wolff Vlees, Wolff Vee, en Wolff Beheer.

Een van de betrokkenen die weinig geld terug zal zien is veehandelaar Jaap Verweij in Lopik. Hij heeft een vordering van ruim 75.000 euro op Wolff Vlees en zal maar een klein deel van dat geld terugzien. Hij heeft geen goed woord over voor de gang van zaken. Met name de lange duur van de afhandeling van het faillissement zit hem dwars. Curator Brandsma beaamt dat het lang heeft geduurd. ”Het is een heel ingewikkelde, maar ook een heel trieste zaak.”

Sinds Wolff zijn er meer vleesbedrijven failliet gegaan, zoals Brada en Weyl. Over de afwikkeling van de laatste, die vorig jaar failliet ging, rollebollen de partijen nog. Ook daar zijn het vooral veehandelaren die erbij inschieten. Brandsma ziet een parallel. ”Het is blijkbaar nog steeds zo dat men vee meegeeft zonder boter bij de vis te vragen. Dat is een risico.”
Hij doelt op de lange betalingstermijnen die in de veehandel gebruikelijk zijn. Als in die periode de slachterij failliet gaat, zoals verschillende keren gebeurd is, is de veehandelaar de dupe. Brandsma: ”Een jurist zal zeggen: dat is niet verstandig. En je kunt het contractueel ondervangen. Ik heb destijds die suggestie al gedaan, maar het gebeurt gewoon weer, bij Brada, en ook bij Weyl weer. Blijkbaar werkt het zo in de handel.”

Piet Thijsse van de bond van veehandelaren bevestigt het risico dat handelaren lopen. Het zogeheten eigendomsvoorbehoud dat leveranciers van slachterijen kunnen hanteren, heeft volgens hem weinig effect, en verzekeren wordt maar heel weinig gedaan. ”De ellende is gewoon begonnen vanaf het moment dat op de markt niet meer contant werd betaald.”

Vlak na het faillissement van Wolff rezen verdenkingen dat onder leiding van het productschap wellicht bewust de stekker uit het bedrijf was getrokken. De sector was destijds bezig met een sanering van het aantal slachthaken. Curator Brandsma meldt nu dat hij voor een dergelijke opzet geen aanwijzingen heeft kunnen vinden.

Of registreer je om te kunnen reageren.