Home

Nieuws 158 x bekeken

Rosékalverhouder gaat er licht op vooruit

Den Haag – Vleeskalverhouders met blanke vleeskalveren verdienen dit jaar per saldo ongeveer evenveel als vorig jaar, rosékalverhouders houden waarschijnlijk net iets meer over.

Dit blijkt uit de raming van de bedrijfsontwikkeling in de vleeskalverhouderij door het landbouweconomisch instituut LEI.

De meeste kalverhouders met blanke vleeskalveren produceren op contract. Hun gemiddelde contractvergoeding steeg dit jaar wel, maar de extra kosten die ze moesten maken, stegen nagenoeg even hard. Per saldo hielden ze vrijwel niets extra over. Hun bedrijfsinkomen bleef stabiel op 52.000 euro.

Voor de rosévleeskalverhouders komt het LEI niet tot een inkomensberekening, maar gemiddeld ontvangen deze (meestal vrije) mesters 20 euro per afgeleverd kalf meer over dan vorig jaar. Een flink deel van deze meerontvangsten (zo’n 8000 euro per bedrijf) ging op aan duurdere brok en mais. Toch konden ze hun inkomenspostie globaal gezien nog iets verbeteren.

Het totale aantal vleeskalveren is volgens de landbouwtelling met ruim 2 procent gedaald naar 906.000 stuks. De daling kwam voor rekening van de blankvleeskalveren. Daarvan werden er 31.000, ofwel 5 procent minder geteld dan in 2010. Het aantal rosékalveren nam met 3 procent toe tot 304.000.

In de eerste drie kwartalen van 2011 werden ruim 1,1 miljoen vleeskalveren geslacht (0,4 procent meer dan in dezelfde periode vorig jaar), waarvan 960.000 kalveren jonger dan acht maanden. Ruim 80 procent van de uitvoer van kalfsvlees gaat naar Italië, Duitsland en Frankrijk, waarvan Italië de belangrijkste afnemer is.

Of registreer je om te kunnen reageren.