Home

Nieuws 107 x bekeken

Onderzoekers pleiten voor andere invulling Successiewet

Arnhem – De huidige Successiewet en de hierin opgenomen regelingen voor bedrijfsregelingen leiden onnodig tot familieconflicten.

Dat stellen accountantskantoor BDO en de Universiteit van Tilburg. Volgens gezamenlijk onderzoek worden erfgenamen vaak ongewenst bij opvolging betrokken om optimaal fiscaal rendement te behalen.

Als een vader overlijdt, krijgt alleen het kind dat in het familiebedrijf werkt aandelen in de vennootschap van de vader. De overige kinderen krijgen alleen geld uit de nalatenschap of een financiële vordering op het kind dat de aandelen verkrijgt.

De huidige Successiewet voorziet in een ’verkrijgersvrijstelling’, volgens welke het kind dat de aandelen verkrijgt een korting op belasting krijgt. Een deel van de korting blijft onbenut, omdat een deel van het bedrijfsvermogen wordt toegekend aan niet-voortzetters van het bedrijf.

Om optimaal te profiteren van deze belastingvrijstelling worden overige kinderen soms min of meer geforceerd betrokken bij bedrijfsopvolging, aldus de onderzoekers. Dat is volgens de onderzoekers economisch onwenselijk, omdat ze niet echt in het bedrijf werken. Bovendien willen niet alle kinderen bij de opvolging worden betrokken.

Hierdoor kunnen onnodig conflicten in de familie ontstaan, aldus Toine van Beers, fiscalist en partner bij BDO Accountants & Adviseurs. De organisatie pleit voor een ’boedelvrijstelling’. Met een boedelfaciliteit zouden alle erfgenamen voor de vrijstelling in aanmerking komen.

”De wetgever heeft de faciliteit tot op heden steeds afgewezen omdat (volgens hen) alleen de bedrijfsopvolger een vrijstelling nodig heeft. Ons onderzoek toont aan dat de praktijk denkt dat een boedelvrijstelling leidt tot een eenvoudiger toepassing van de bedrijfsopvolging”, aldus Van Beers.

Of registreer je om te kunnen reageren.